Musica Nova - Jordi Savall

Geplaatst op woensdag 16 mei 2018 @ 23:59 , 50 keer bekeken

De viola da gamba die haar oorsprong had in de vihuela de arco, kreeg zijn huidige vorm in de 16de eeuw en werd sindsdien overal in Europa bespeeld. Met name in Engeland waren in de 16de– en 17de eeuw, gamba consorts erg populair.

“De 15de eeuw was een eeuw die al snel de prachtige verhalen en odyssees van een pas herontdekte duizendjarige beschaving zou ontrafelen, een tijdperk waarin filosofen wijsheid en menselijkheid onderwezen, toen de muziek van Orpheus zelfs de meest woeste beesten kon temmen”, vertelt Savall. Te midden van zoveel nieuwigheden en wonderen, is het geen wonder dat minstrelen een nieuw, expressiever en rijker geluid zochten, om musica nova te maken, nieuwe muziek op een nieuw instrument, afkomstig van de oude vihuela de arco, de rebab of troubadour rebec, en de zoete geluiden van de Moorse luit. Nieuwe muziek met zijn potentieel aan mooie harmonieën en vreugdevolle ritmes, die plaats maakte voor de vihuela de arco en de vihuela de mano, in het spoor van de opeenvolgende uitwijzingen van de Joden in 1492 en de Moriscos in 1609. 

Historisch gezien ging de vihuela de mano, als voorloper van de luit, terug tot de middeleeuwen. Vermoedelijk werd het door de Spaanse elitebevolking ontwikkeld als tegenhanger van de luit, die sterk leek op de door de Moren tijdens de overheersing meegebrachte oed, een peervormig snaarinstrument zonder fretten dat met een plectrum werd bespeeld. De vihuela werd voornamelijk bespeeld in Spanje, en in mindere mate in Italië en Portugal. De Europese luit, die qua uiterlijk meer op de oed leek dan de vihuela, was populairder in het noorden van het continent, Frankrijk, Duitsland, Engeland en Nederland.

Het was het begin van een nieuw tijdperk van Europese beschaving, klaar om de oude Middeleeuwen achter zich te laten en die, dankzij de herontdekking van de oude Griekse beschaving, een nieuwe wereld begon te vormen vol idealen, hoop, schoonheid en creativiteit, van ontdekkingen en conflicten, zowel wijsheid als fanatisme, maar die de mens in het middelpunt van het leven stelde. Het was in die tijd dat een nieuw strijkinstrument werd geboren: de viola da gamba, viola d’arco of vihuela de arco, die ter ere van het nieuw tijdperk ook de ‘renaissance-altviool’ werd genoemd. Net als de Renaissance-luit had dit nieuw instrument 6 snaren die in kwarten waren gestemd, met een grote terts in het midden, en zeven fretten, die de vijfde in halve tonen verdeelden, waardoor elke toon zijn natuurlijke resonantie kon behouden.

“Zoals Ian Woodfield aantoont in zijn boek “The Early History of the Viol” (Cambridge University Press 1984)”, schrijft Savall, “was het in Valencia dat dit nieuw instrument aan het einde van de 15de eeuw op canvas werd vereeuwigd. De eerste schilderijen van het nieuw instrument, daterend van rond 1480, zijn te vinden in de kerken van Sant Feliu in Xàtiva (Valencia) (foto) en Sant Esteve in Valencia. Andere afbeeldingen uit het begin van de 16de eeuw zijn het anoniem schilderij van de Valenciaanse of Mallorcaanse school met de voorstelling “De kroning van de Maagd”, die hangt in het Museum voor Schone Kunsten in Valencia hangt, en “De Dormitie van de Maagd”, ook behorend tot de Valenciaanse School, die in het Museum voor Schone Kunsten in Barcelona hangt”.

De andere belangrijke nieuwigheid in de creatie van het nieuw instrument was dat het werd gemaakt om de menselijke stem na te bootsen, meer bepaald, de sopraan, alt, tenor en bas. En zo werd het consort geboren, een van de fundamentele instrumentale ensembles van de Renaissance en vroege barokke kamermuziek uit de 17de eeuw. Net als bij de uitvinding van het instrument, kwamen de vroegste muzikale creaties voor dit nieuw ensemble voort uit de muzikale activiteiten rond de monarchen van de Catalaanse-Aragonese Kroon, te beginnen met Alfonso de Grootmoedige, die zijn hof in Napels vestigde, na zijn verovering van de stad in 1442. Daar creëerde hij de eerste Academie voor de Kunsten, die spoedig werd geëmuleerd aan het Valenciaans hof door Germaine van Foix, de zuster van Lodewijk XII en tweede vrouw van de katholieke Monarch Ferdinand II van Aragon (1505-1516). In 1526 trouwde ze met de zoon van koning Frederik II van Napels, Ferdinand van Aragon, hertog van Calabrië. Hij was een belangrijke speler in de mediterrane politiek van de Catalaans-Aragonese kroon aan het begin van de 16de eeuw, en Ferdinand en Germaine werden onderkoningen van Valencia.

Niet minder belangrijk was de bijdrage van de stad Venetië, de “Poort naar het Oosten”, die gedurende meer dan twee eeuwen, één van de meest productieve centra van muziekcompositie en muziekuitgeverij in Europa was.

In het instrumentaal repertoire werd het experiment van het uitvoeren van liederen op de instrumenten, snel gevolgd door de compositie en publicatie van werken die specifiek gecomponeerd waren om te worden gespeeld op orgel, luit, violen en allerlei “andere instrumenten”. Dit is te zien is op tal van partituren, gedrukt in die periode, en staat vermeld in het voorwoord van de Musica Nova verzameling instrumentale stukken, gepubliceerd in 1540 in Venetië, waaruit Hieronimus Parabosco’s Ricercare XIV op de antifoon “Da Pacem”, werd geselecteerd. Het was trouwens deze compositie die het idee en de inhoud van de huidige opname inspireerde. 

De “nieuwe muziek” van de Canzone per sonare, samen met de ontwikkeling van nieuwe harmonische en ritmische parameters in de dansmuziek, en de contrapuntische complexiteit van polyfone werken (Fantasies, In nomines, Tientos, Canzoni, etc.), vonden in het homogeen ensemble van het gamba consort, hét ideaal middel om de beste kamermuziek te produceren, waardoor alle stemmen een harmonieus evenwicht bereikten zonder dat één van hen de andere domineerde.

Particuliere en sociale muziekpraktijken waarbij deze instrumenten werden gebruikt, verspreidden zich snel onder de burgerij en aan de hoven van de meeste Europese landen als Italië, Frankrijk, Vlaanderen, Castilië, Aragon en Catalonië, en in Duitsland en Engeland onder koningin Elizabeth I en koning James I. Engeland was de thuisbasis van de creatiefste componisten voor de gamba, onder wie Christopher Tye, William Byrd, Thomas Tallis, John Dowland, John Jenkins, William Lawes, en Henry Purcell. En tegelijkertijd was het in Engeland dat de viola da gamba en het gamba consort van het midden van de 16de– tot het midden van de 17de eeuw, tot bloei kwamen.

“Als een gast die was uitgenodigd om te lunchen of te dineren in bepaalde aristocratische en burgerlijke kringen in Groot-Brittannië geen gamba speelde”, besluit Savall, “werd dit als een sociale mislukking beschouwd, omdat gasten na de maaltijd, uitgenodigd werden om een van de partijen te spelen in consort songs, dansen, in Nomines of in fantasieën, als afsluiter van het avondamusement”. Deze “gouden eeuw” van het gamba consort, werd aan het einde van de 17de eeuw afgesloten met de Fantasias for the Viols, van de toen 21-jarige Henry Purcell, gecomponeerd in 1680, voor consorts van 4, 5, 6 tot 7 gamba’s.

Het programma werd opgesplitst in negen perioden die de genres en componisten per land voorstellen:

  1. 1500 DANZE VENEZIANE Anonimo Pavana del Re – Galliarda la Traditora – El Todescho – Saltarello
  2. 1540 MUSICA NOVA5 Hieronimus Parabosco Ricercare XIV « Da Pacem »
  3. 1589 RICERCARI & CAPRICCI Giovanni Battista Grillo: Capriccio V, Andrea Gabrieli: Ricercar VII
  4. 1612 ELIZABETHAN & JACOBEAN CONSORT MUSIC John Dowland: Lacrimae Pavan en The King of Denmark Galliard, Orlando Gibbons: In Nomine a 4, William Brade: Ein Schottisch Tanz
  5. 1621 LUDI MUSICI HAMBURG Samuel Scheidt Paduan V – Courant Dolorosa –Allemande XVI – Galliard Battaglia XXI
  6. 1644 CORONA MELODICA Biagio Marini: Passacaglia à 4
  7. 1673 LA CETRA Giovanni Legrenzi: Sonata sesta a 4 Viola da gamba
  8. 1680 LE CONCERT DE VIOLES À LA COUR DE LOUIS XIV Marc-Antoine Charpentier, Concert pour quatre Violes (H.545)
  9. 1680-1700 FOLÍAS & DANZAS IBÉRICAS Pedro de San Lorenzo: Folia, Pedro de Araujo: Consonancias en Joan Cabanilles: Corrente italiana.

De uitvoerders zijn Hespèrion XXI, Philippe Pierlot, Sergi Casademunt, Lorenz Duftschmid op gamba, Xavier Puertas, violone, Xavier Díaz-Latorre, aartsluit, theorbe & gitaar, Enrike Solinis aartsluit, Pedro Estevan percussie en Jordi Savall, gamba en directie. De cd werd opgenomen in de Colegiata de San Vicente de Cardona in Catalonië door Manuel Mohino. Alweer een magistrale uitgave die u voor geen geld ter wereld mag missen. Subliem!

Musica Nova - Harmonies des Nations 1500-1700
HESPÈRION XXI - Jordi Savall
cd ALIA VOX 9859

 
Bron: Michel Dutrieue; Stretto – Magazine voor kunst, geschiedenis en muziek, (stretto.be), 26 april 2018.


Welkom bij Clubs!

Kijk gerust verder op deze club en doe mee.

Wat is dit?


Of maak zelf een Clubs account aan: