Welkom bij deze club 
Deze club gaat over de Oude Muziek of Musica Antiqua; van de Middeleeuwen tot aan Vivaldi. Hier vind je informatie over de muziekgeschiedenis, nieuwe CD's, componisten, muzikanten en ensembles.
Wat is 'oude muziek'? Oude Muziek of Musiqua Antiqua is de verzamelnaam voor muziek uit de Middeleeuwen, de Renaissance en de Barok. Met deze term maakt men een onderscheid tussen de muziek uit deze "pre-klassieke" periode met de rest van de klassieke muziek. Bij de uitvoering van oude muziek wordt vaak teruggegrepen naar instrumenten uit de tijd waarin de muziek geschreven is. Geprobeerd wordt de muziek uit te voeren zoals de betreffende componist oorspronkelijk bedoeld heeft. Dat geeft een zeer bijzondere sfeer aan de muziek, dat vooral bij een liveoptreden goed tot uiting komt.Van belang is dat deze muziek ook daadwerkelijk 'oud' klinkt en wordt uitgevoerd op authentieke instrumenten. Daarnaast dient de uitvoering te klinken op een wijze die een componist honderden jaren geleden vertrouwd in de oren zou hebben geklonken. Deze club gaat dus over muziek van middeleeuwen tot het einde van de late Barok, juist op het moment dat de klassieke periode zichzelf vestigde als de voornaamste muzikale stijl (in de tweede helft van de 18de eeuw).
Concertzender biedt een themakanaal Oude Muziek aan

Johann Sebastian Bach (1685-1750) is voor velen de grootste componist aller tijden. Ondergetende vind dat Mozart die eer te beurt komt - de oude discussie: is het Bach of Mozart zal eeuwig duren – maar beweren dat ik niet van Bach zou houden is het minste wat gezegd kan worden. Neem nu de cd die ik hier met veel luistergenot mocht recenseren. Dat is Bach ten voeten uit, heldere intimiteit die zoveel te vertellen heeft dat je het moeilijk kan vatten.
Het Duitse label ECM Records engageerde de Camerata Bern onder leiding van violist Erich Höbarth en met als solist hoboïst Heinz Holliger om een staalkaart uit het œuvre van Bachs werk voor hobo en orkest te presenteren. Hoezo? Er zijn toch geen originele handschriften van Bach voor hobo en orkest ook al zijn er voor de hobo en hobo d’amore in bijvoorbeeld de cantates soms zo’n overheerlijke passages geschreven dat ze het belang van de solozang evenaren. Vorsers zijn er de laatste 150 jaar in geslaagd om tot een verantwoorde (weder)samenstelling te komen van hoboconcerti van Bach. Laten we het verdere historisch verantwoorde onderzoek verder in handen van musicologen en uitvoerende musici en luisteren we naar deze opname waar de intussen jonge 70-ger zich wijdt aan een zo zuiver mogelijke weergave van Bachs ziel die in de hobopartij verborgen ligt.
Hier krijg je geen hedendaagse interpretatie of nieuwlichterij omdat we Bach ‘zo’ moeten spelen en begrijpen omdat we nu eenmaal in een andere tijd leven dan toen. Die weinig muzikale blabla geraak je niet kwijt bij de uitvoerders van deze zeer mooie eenvoudige en eerlijke uitvoering. Hoe bekend enkele van de werken ook mogen zijn, ze blijven aangenaam verrassen en zetten je tot luisteren aan. Je moet geen inspanning leveren om te luisteren, je wordt niet zenuwachtig, je krijgt geen jachtig gevoel, je wordt niet behept met stress. Niets van dit alles want je krijgt een heilzame Bach die al de moderne kwalen in de vergeetput dumpt. Ja, Bach bekommert zich om de musici, om de luisteraars, om iedereen. Is het diezelfde bekommernis die de uitvoerders op deze cd inspireerde om zo’n zingende muziek in een duidelijk niets verloren laten gaand tempo te spelen? Of Bach pretentie had? Ach, we kenden de man niet persoonlijk maar dat deze cd absoluut verstoken blijft van enige pretentie maakt hem alleen maar mooier, door en door eerlijk en verhoogt het genietend luisteren.
Zo’n Bach op die wijze uitgevoerd? Die geven we zonder nadenken een Gouden Label.
Bron: Ludwig Van Mechelen, Klassiek Centraal (www.klassiek-centraal.be)

Het Belgische label Ricercar specialiseert zich sedert zijn oprichting in 1980 in het promoten van de oude muziekbeweging en tot op vandaag laat de platenfirma muzikanten aan de bak komen die zich verdiepen in partituren van voor de 19e eeuw. Ruim dertig jaar lang werd een catalogus uitgebouwd waarin inmiddels veel moois is verschenen, dikwijls uitgevoerd door vooraanstaande musici op het gebied. Om er maar twee te noemen, zijn bijvoorbeeld Philippe Pierlot en Bernard Foccroulle twee belangrijke namen die zich in het verleden aan Ricercar verbonden. Met de kersperiode in zicht brengt precies dat label nu een box op de markt bestaande uit 8 cd's van de Vlaamse Polyfonisten, aangevuld met een lijvige hardcover van ongeveer 180 bladzijden Franse, Nederlandstalige, Duitse en Engelstalige tekst. Labelbaas Jérôme Lejeune overloopt daarin de ontwikkeling van de vroege, polyfone muziek. Zo komen naast beroemde ook een aantal onbekende componisten naar het oppervlak, gespreid over 8 cd's en alles samen goed voor bijna tien en een half uur muziek. Weliswaar zijn de belangrijkste vertegenwoordigers van de 'Vlaamse' stijl ook vertegenwoordigd, maar niet in die mate dat ze andere verwezenlijkingen onherroepelijk in de schaduw stellen. Veeleer laat Lejeune vanuit hun grootheid een aantal andere namen vallen, die de luisteraar kunnen prikkelen en eventueel kunnen aanzetten tot een verdere zoektocht.
De box zelf ziet er in ieder geval uit als een ideaal kerstgeschenk, dankzij de prachtige vormgeving met - hoe kan het ook anders? - details uit Van Eycks 'Lam Gods' aan buiten- en binnenzijde. De uitstekende musicologische duiding komt dan in een waardevol boek, dat echter niet boordevol algemeenheden staat, maar effectief de lezer probeert te instrueren in de vroege Renaissancekunst. Lejeune schrijft daarbij nooit belerend of snobistisch; wel laat hij alle opsmuk achterwege. De leek zal zich misschien blindstaren op zoveel ernst, terwijl de liefhebber juist gebaad is bij heldere, duidelijke uiteenzettingen zonder overbodigheden. Voor de amateur is er trouwens nog steeds het tweede uitschuifbare gedeelte, waarin het pakket met 8 cd's komt. Ook dit ziet eruit als een boek, maar bevat bladzijden van hard karton met daarin telkens de verschillende cd's en de tracklists erop gedrukt. Het geheel oogt mooi en duur, maar Ricercar heeft de prijs verbazingwekkend laag kunnen houden. De resem verschillende ensembles die aan deze opname meewerkten, kunnen in geen geval rijk geworden zijn van dit project, maar voor hen is het weliswaar mooi meegenomen dat hun opnames, soms jaren na datum, opnieuw werden gebruikt.

Seculiere muziek uit de middeleeuwen en (vroege) renaissance is eerder een zeldzaamheid. Dat komt niet omdat zulke muziek niet gespeeld werd – mensen zongen liederen en dansten net zoals op andere momenten uit de geschiedenis – maar omdat muzikanten geacht werden zo een muziek zelf te kunnen improviseren, volledig uit het niets of als een reeks van variaties en versieringen boven bestaande en gekende melodietjes. In beide gevallen was het uitschrijven van zulke muziek dus overbodig maar vanaf de late vijftiende eeuw beginnen dansen, chansons en madrigalen meer courant op te duiken in het repertoire.
Van Josquin Desprez (1450-1521) zijn in de eerste plaats religieuze composities gekend. Dit cd’tje met een- of meerstemmige liederen en dansen richt zich dus op een minder gekend deel van zijn oeuvre. Van verschillende stukken werden meerdere - ook inhoudelijk grondig verschillende - versies opgenomen, telkens met verschillende instrumentale combinaties: een ensemble met getokkelde instrumenten (luit, harp en quinterne) of een ensemble met strijkinstrumenten (viola d’arco, vielle, viool en gamba) wisselen elkaar af. Zo komt het bijvoorbeeld dat de vijf versies van Hayne van Ghizeghems rondeau ‘De tous biens plaine’ alle vijf anders klinken, van de originele eenstemmig gezongen monodie tot Josquins canonische maar grondig verschillende bewerkingen van het lied. Van meerdere liederen wordt namelijk vaak eerst een monodie gepresenteerd, de eenstemmige, onbegeleide versie van het lied in kwestie. Het illustreert dat, hoe complex de meerstemmige zettingen van een gekend lied ook zijn, de basismelodie steeds een goed in de stem liggend (volks)lied is, een lied dat dus een ruime bekendheid moet hebben genoten in de vijftiende en zestiende eeuw.
Sommige stukken zijn interessanter dan anderen: de twee zettingen van het instrumentale 'La Spagna' blijven boeiend dankzij de ritmische baslijn en het delicate maar behoorlijk complexe samenspel. De drie versies van 'Si j'ay perdu mon amy' blijven ook hangen, dankzij het energieke spel van violist Baptiste Romain en renaissance violspeelster Elisabeth Rumsey. Een cornetto wordt spaarzaam gebruikt in deze muziek, en dan het vaakst nog in het donkere laagste register maar in 'Si j'ay perdu mon amy' verleent het instrument met enkele hoge melodielijnen glans aan Desprez' muziek. Ook leuk zijn de diminuties en improvisaties op cornetto in het instrumentale 'Fortuna Desperata' of het lied 'Une Musque de Biscaye'.
Even leuk als Desprez' muziek, zijn ook de teksten waarvan hij gebruik maakt en die met hun oud-Duitse of oud-Franse poëzie naadloos aansluiten bij volksliedjes en -gedichten. De fijnzinnige maar vaak artificiële belevingswereld van Italiaanse poëzie, die componisten van latere generaties zo zou inspireren, blijft hier nog afwezig. In de plaats daarvan gebruikte Desprez teksten die in spreektaal opgesteld zijn en over alledaagse zaken gaan: een amoureuze ontmoeting met een Baskisch meisje in 'Une Musque de Biscaye' of over sterven en verlies in 'Si j'ay perdu mon amy'. Het bekende 'L'homme armé', dat aan de basis ligt van heel wat ernstige muziek, kan ook niet ontbreken
De cd besluit niet met renaissancemuziek maar met het korte ‘Sei Gelobt, du Baum’ van Arvo Pärt, een korte zetting van een tekst van de Estse dichter Viivi Luik voor bariton, quiterne, viool en contrabas. Pärts typisch karige stijl – een behoorlijk virtuoze en hoge vioolsolo niet te na gesproken - staat helemaal niet misplaatst in een verzameling met muziek van Josquin Desprez, al ligt de basis van Pärts muziek natuurlijk niet in populaire liederen zoals bij Josquin. Het is een verrassend stijlvolle en passende coda bij deze gevarieerde en mooie opname.
Links:
Bron: Steven De Waele, Kwadratuur.be

Elf jaar geleden stond Hendrik Vanden Abeele aan de wieg van het vocale ensemble Psallentes. De focus lag op gregoriaanse muziek in verschillende periodes en bijgevolg ook gedaantes. Enkele jaren geleden ontstond naast het mannelijke Psallentes het volledig vrouwelijke Psallentes Femina, ook aangeduid als het typografisch fraaiere Psallentes♀.
Van dit ensemble verschenen onlangs een eerste cd die volledig gewijd is aan muziek uit de begijnhoven van Amsterdam, Antwerpen, Turnhout, Brugge en Mechelen. Muziek die heel wat minder “begijnerig” klinkt dan het clichébeeld van deze religieuze dames laat vermoeden.
De basis voor de muziek is doorgaans eenstemmig gregoriaans, dat door de zangeressen van Psallentes heel homogeen en gaaf, maar alles behalve vlak gezongen wordt. Door de hele cd wordt een subtiel spel met de dynamiek gespeeld: geen expliciet geritmeerde interpretaties, opvallende accenten op grote contrasten, maar een verloop dat haast onmerkbaar de luisteraar meeneemt in de natuurlijke stroom van de melodie. Deze subtiliteit is ook te horen in het opsplitsen van het ensemble in kleinere groepen die binnen de stukken afwisselend te horen zijn, waardoor eerder reliëf dan een echt groot onderscheid ontstaat.
Wat de cd het meest kleurt en bij momenten verrassend doet klinken, is het gebruik van meerstemmigheid. Soms ontstaat deze heel spontaan en bijna argeloos. De slotnoot van een zin wordt door een groep zangeressen aangehouden, waarboven een ander deel van het ensemble een nieuwe melodie drapeert: eenvoudig, meer effectief, zeker in contrast met de voorafgaande eenstemmigheid.

Af en toe gaat de polyfonie een stapje verder, wat in de antifoon ‘O Sancta Mater Begga’ resulteert in een bijna magisch effect, wanneer twee stemmen schijnbaar metrisch los van elkaar boveneen geplaatst worden. De grootste “schokken” komen echter op naam van de ‘Vreugde-zangen Mademoiselle Tubbickx’: Nederlandstalig, sneller en vooral meerstemmig veel voller uitgewerkt.
Met de antifoon ‘Dulcis Sanguis’ eindigt de eerste cd van Psallentes♀. Althans voor wie het niet kan laten en meteen op de stoptoets drukt. Wie even langer wacht, wordt vergast op een mystery track, een veertiende, niet op de cd vermelde stuk waarop alle remmen losgegooid worden: een versie van het daarvoor gehoorde ‘Dulcis Sanguis’ die qua polyfone uitwerking en bedwelmende sfeer al het voorgaande van tafel veegt. Verboden muziek die daarom maar als verborgen track meegegeven werd?
‘Beghinae’ is een knappe cd die de kwaliteiten van Psallentes Femina♀ overtuigend van het concertpodium naar de digitale schijf vertaalt. Bij momenten lijkt het wel alsof de hele Abijd Keizersberg (waar de cd opgenomen werd) begint mee te trillen.
De stripachtige lay-out (hoewel de kwaliteit meer de vergelijking met de graphic novels verdient) is verfrissend en plaatst de muziek mooi in een ander kader. Alleen jammer dat de bescheiden uitgave geen informatie bevat omtrent de gezongen muziek. Datering, kadering en de gezongen teksten zijn voor dit soort muziek geen overbodige luxe. Zeker met de aantrekkelijke gedaante waarin die muziek hier te horen is, wordt het extra boeiend om te vernemen wat partituur en wat interpretatie is. Een gelukkige luisteraar, die zich daar druk over kan maken.
Bron: Koen Van Meel; www.kwadratuur.be


De notoire zestiende-eeuwse componist Carlo Gesualdo (1566-1613), de prins van Venosa bij Napels in Zuid-Italië, heeft sinds zijn dood steeds tot de verbeelding van componisten en musicologen gesproken. Dat heeft dan nog minder met zijn – voor de tijd erg experimentele – muziek te maken dan wel met zijn minder dan rechtschapen levenswandel: Gesualdo vermoorde zijn eerste vrouw toen hij haar betrapte op overspel maar dankzij zijn adellijke afkomst ontliep hij enige strafmaat. Voor dat feit alleen al heeft hij een vaste plaats in de muziekgeschiedenis verworven.
Nochtans heeft Gesualdo ook zuiver muzikaal een onuitwisbare stempel op de muziekgeschiedenis achtergelaten. Zijn muziek, en dan vooral de boeken met madrigalen op teksten van Italiaanse renaissance-dichters, is namelijk hoogst uitdrukkingsvol, dissonant en eigenzinnig geschreven. Zo hoeft het niet te verbazen dat een nieuwe generatie met componisten als Claudio Monteverdi of Francesco Cavalli naar Gesualdo opkeek als een wegbereider van de nieuwe stijl, de ‘seconda prattica’, vooral ook omdat Gesualdo als man van prinselijken bloede aan de nieuwe, meer expressieve componeerstijl een legitimiteit verleende die het anders niet gehad zou hebben.
Gesualdo was inderdaad een grote muzikale vernieuwer en eigentijdse getuigenissen vertellen niet voor niets van een man die zodanig opging in zijn muziek dat hij nauwelijks nog oog had voor zijn prinselijke verplichtingen, zijn gezelschap – zelfs niet voor medemuzikanten – of zijn familie. Het derde boek met madrigalen werd in 1595 uitgegeven en bevat grotendeels eigentijdse, anonieme gedichten, al grijpt Gesualdo ook graag terug naar teksten van onder meer Giovanni Guarini (1538-1612), Gesualdo’s tijdgenoot en makkelijk meest populaire dichter uit de late Italiaanse renaissance. De thematiek van zulke zestiende-eeuwse poëzie is, met slechts enkele uitzonderingen, die van de dood en van de (onbeantwoorde) liefde, rijkelijk doorspekt met verwijzingen naar de klassieke oudheid en -mythologie. Het zijn teksten, met zinsneden als ‘sospiri’ (‘zuchten’), ‘morire’ (sterven) of ‘crude’ (wreed), die zich moeiteloos naar muziek laten overzetten.

Don Carlo Gesualdo, prins van Venosa (1566-1613)
En dat Gesualdo meesterlijk aan klankschildering kon doen, bewijzen zulke madrigalen als het ‘Ahi, Disperata Vita’, waar de bijvoorbeeld de zin ‘fuggendo il mio bene’ (‘vluchtend voor mijn geliefde’) zich vertaalt in haastige en ongrijpbare melodieën die in snel tempo uitgewisseld worden tussen de verschillende stemmen. Het madrigaal ‘Ahi, dispietata e cruda’ verklankt het sterven-omwille-van-liefdesverdriet waarnaar de tekst verwijst, in een reeks van lang uitgerekte glissandi die van stem naar stem worden doorgegeven, een techniek die uit een twintigste-eeuws muziekstuk lijkt gehaald te zijn.
De madrigalen worden gewoonlijk a capella uitgevoerd. In enkele zeldzame gevallen worden de zangers ondersteund door een klavecimbel maar zelfs dan wordt er maar uiterst spaarzaam van dat instrument gebruik gemaakt: klaveciniste Camen Leoni weerstaat de hele cd lang aan de verleiding om deze muziek te versieren en beperkt zich tot het strak dubbelen van de verschillende zanglijnen, zonder franjes of ornamenten. Gelukkig staat het maximaal zevenkoppige ensemble Delitiae Musicae sterk genoeg om deze muziek vol zelfvertrouwen voor te stellen. Vooral de stevige en heerlijk lage baspartijen waarvan enkele madrigalen voorzien worden, vallen erg in de smaak.
Met deze uitgave besluit Naxos een integrale collectie van Gesualdo’s zes boeken met madrigalen. Bovendien werden enkele losse seculiere composities mee op de cd’s gezet (deze cd bevat twee van zulke bonustracks) zodat de uitvoerders zich erop kunnen beroemen het hele seculiere, vocale oeuvre van Gesualdo uitgegeven te hebben. Het is een prachtige gelegenheid om Gesualdo’s eigenzinnige en vaak verontrustend expressieve muziek te leren kennen, in het dan in een prachtig gezongen maar zuiver vocale en karig geornamenteerde uitvoering.
Links:

Bron: Steven De Waele; www.kwadratuur.be; 12 oktober 2011

Je zou ze de Sopranos van de Renaissance kunnen noemen, de familie Borgia. Afstammend van het adellijke geslacht van de Borja's uit het Spaanse Valencia, vestigde de familie zich in Italië, met het hoogtepunt van haar macht in de vijftiende en zestiende eeuw. Ze leverden in die periode twee pausen en nog een boel andere kerkelijke en politieke leiders. De beroemdsten: Alfonso (paus Calixtus III), Rodrigo (paus Alexander VI, later wel de Antichrist genoemd en beschuldigd van incest), Cesare (meedogenloos heerser, kardinaal) en Lucrezia (kunstmaecenas en politiek intrigante). De kleinzoon van Rodrigo (je leest het goed, deze paus had kinderen), Francesco, werd zelfs heilig verklaard.
Incest, overspel, moord, corruptie en schandalen: dat zijn zo ongeveer de structurele ingrediënten die de familie Borgia van de dertiende tot en met de zeventiende eeuw vergezellen. Toch is hun rol in de culturele groei in de Renaissance enorm geweest. Zo schreven de bekendste componisten uit die periode hun mooiste werken onder de hoede van deze maecenassen.
Ter gelegenheid van het vijfhonderdste geboortejaar van de heilige Francesco Borgia bracht Jordi Savall een luxe cd-box uit met de familie als thema, getiteld 'Dinastia Borgia'. Savall is al decennialang een van de belangrijke vertolkers en pioniers binnen de oude muziek - als virtuoos bespeler van de viola da gamba en als leider van zijn ensemble Hespèrion XXI (de vorige eeuw begonnen onder de naam Hespèrion XX).
Rond de millenniumwisseling richtte Savall zijn eigen label op, Alia Vox, waar hij de laatste jaren begon met een nieuwe aanpak van het fenomeen cd: vermomd als luxe boeken met harde kaft behandelen deze uitgaven steeds een enkel thema, uitgewerkt in al zijn facetten. Veel historisch-culturele teksten en prachtige afbeeldingen, met de cd's verstopt aan de binnenkant van de boekkaften. Zo gingen vorige cd-boeken over de muziek uit de tijd van Columbus, Cervantes, de stad Jeruzalem, de religieuze sekte van de katharen, het koninkrijk van Occitanië en oude muziek uit de Oriënt.
'Dinastia Borgia' (drie super audio cd's, plus een dvd met het wordingsproces en interviews) is net zoals de andere cd-boeken van Alia Vox verdeeld over historische tijdvakken, die ieder hun eigen soundtrack krijgen. De geschiedenis van de Borgia's begint met Arabische muziek en loopt door via Guillaume Dufay en Josquin Desprez naar Cristóbal de Morales; hier en daar doorweven met een vertelstem. Het gaat in 'Dinastia Borgia' grotendeels niet om nieuwe opnames: Savall gebruikte voornamelijk materiaal van eerdere cd's in deze nieuwe context. Dat is op zich niet erg, maar bij zo'n prijzige box zou je verwachten dat de informatie over hergebruikte registraties niet alleen in de kleine lettertjes te lezen zouden zijn.
Het cd-boek puilt uit van de historische teksten over de Borgia's, maar die zijn helaas veelal aan de droge kant. Misschien ligt dat aan de vertalingen, maar het gebrek aan illustratiemateriaal in de teksten (terwijl die plaatjes rijkelijk aanwezig zijn in de rest van het boek) maakt het lezen taai. Ook de tekstopmaak helpt niet mee: de wijd gezette regels in een kleine corpsgrootte doen je ogen vaak verdwalen.
Toch is het mooi dat Savall in deze tijd van downloaden, cyberspace en virtualiteit de moeite neemt om zulke oogstrelende boekwerkjes te maken.
De culturele geschiedenis rond de Borgia's wordt hier tastbaar gemaakt. En, niet onbelangrijk, de uitvoeringen van Savall en Hespèrion XXI behoren nog steeds tot de top.
Bron: Trouw.nl
Il Fondamento behoort al jaren tot de absolute wereldtop van de uitvoerende musici voor oude muziek. Artistiek leider en hoboïst van het ensemble Paul Dombrecht staart zich echter niet blind op Barokmuziek alleen: zelfs hedendaagse opera nam het ensemble in de voorbije 22 jaar reeds onder handen. Toch blijft het vooral interessant wanneer Dombrecht en de zijnen terugkeren naar hun specialisme. Op deze dubbel-cd met de 'Complete Orchestral Suites' van Johann Sebastian Bach had menig klassieke muziek-liefhebber zich dan ook al langer verheugd. Zoals van Dombrecht mag verwacht worden, kiest hij niet voor de vaak gespeelde versie, waarvoor Bach de partituur opvrolijkte met pauken en trompetten. Deze herwerkingen kwamen tot stand toen Bach kapelmeester werd van een groter hof en zijn oudere werken door een iets grotere bezetting wilde laten uitvoeren. Initieel werden de orkestsuites door de meester zelve echter volmaakt geacht zonder deze instrumenten en het is volgens Dombrecht dan ook gepast de rijke kleurschakeringen weg te laten ten voordele van een grotere transparantie en soberheid, met een zo gering mogelijk verlies aan briljantie in de klank.

Het moet gezegd dat Il Fondamento de partituren inderdaad bijzonder geloofwaardig uitvoert. De luisteraar heeft niet het gevoel dat er vanalles ontbreekt en de zeer dense strijkersklank, waar een verdwaalde houtblazer of een timide klavecimbel als vanzelf mee verweven raakt. Ook weten de muzikanten een grote stuwing in deze muziek te bereiken, alweer zonder het introduceren van de meer schallende koperklank of de ritmische puls van een percussie-instrument. Toch zijn deze 'Orchestral Suites' niet perfect en daar heeft de opnamekwaliteit veel mee te maken. De klank is namelijk erg vlak en alles lijkt heel sterk naar voor gemixt te zijn, waardoor de finesses in de muziek onherroepelijk verloren zijn gegaan. Er zit weinig diepte in de opname en de weinige extremen die er bij Bach zijn, komen nu helemaal niet meer tot bij de luisteraar. Deze keuze bevordert het gegeven dat de luisteraar de opname als een lange stroom ervaart, maar tegelijk verliest de muziek aan uniciteit en dreigt de opname zelfs helemaal saai te worden. Naarmate de opname vordert gaat ook de gestrengheid waarmee Dombrecht de muziek heeft aangevat opvallen. Net als de bekleding van de hoes is de opname fleurig, maar kiest ze teveel de kaart voor hetzelfde sentiment en vlakt ze daarmee de partituren van Bach een beetje af.

Nochtans is de instrumentale klank van Il Fondamento verre van lelijk. Het ensemble produceert een krachtige sound, die vooral in de zwierigste passages mooi samensmelt tot een fors geheel. Soms dreigt de klank een opnametechnisch papje te worden waar geen klaar meer in te zien is, maar op de momenten waar de helderheid triomfeert, blijkt dat Il Fondamento zijn status als topensemble wel degelijk verdiend heeft. Dat Dombrecht en co weten waar ze mee bezig zijn, blijkt bovendien uit de bijgevoegde tekst in het cd-boekje. Die werd geschreven door Bach-kenner Ignace Bossuyt, die enkele bijzonderheden uit de vier suites aanstipt, naast een biografische en chronologische situering van de stukken in Bachs oeuvre weergeeft. Zij vormen een waardevolle samenvatting omtrent de bestaande kennis van de suites, en maken deze matige opname alsnog waardevol.
Bach-Orchestral Suites (2 CD) - Il Fondamento o.l.v. Paul Dombrecht.
Label: Fuga Libera FUG 580.
Bron: Hildegart Maertens, Kwadratuur.be
Welkom bij Clubs!
Kijk gerust verder op deze club en doe mee.
Inloggen met Hyves
Inloggen met Facebook
Inloggen met Google
Inloggen met Windows Live
Inloggen met Twitter Wat is dit?Je kan je ook aanmelden via een van bovenstaande partner websites. Klik op het icoontje en je bent direct ingelogd op Clubs.nl
Of maak zelf een Clubs account aan:
Statistieken
Psallentes♀ - Hildegard van Bingen
Jordi Saval - Dinastia Borgia
Psallentes♀ - Plainchant Beghinae
Lupus Hellinck - Christ lag in Todesbanden
Antonio de Cabezón - Jesucristo Hombre y Dios
Cristóbal de Morales - Magnificat primi toni
Tomás Luis de Victoria - Peccantem me
oudemuziek e-zine januari 2012
02.01.2012 | 21:26
BachDag in Utrecht en Amsterdam
Wegens succes geprolongeerd: de BachDag! In januari is het in Utrecht en Amsterdam weer een hele dag lang genieten van alle facetten van ’s werelds grootste componist. Scratch-deelnemers beginnen de dag met het zelf zingen van Bach, voor het publiek gaat het los …
Lees meer…
Rome staat centraal in Utrecht
04.08.2011 | 11:40
Nog een kleine maand, dan barst in Utrecht het dertigste Festival Oude Muziek los. Thema dit jaar is ”Roma – città eterna”.
De Utrechtse binnenstad zal tussen 26 augustus en 4 september bol staan van muziek uit de vroege middeleeuwen tot de late barok.
Het betreft het tweede festival waarover Xavi…
Lees meer…
Matthäus Passion nummer 1 in Radio 4 Top 400
12.05.2011 | 23:58
Radio 4 draait van maandag 16 tot en met vrijdag 20 mei de 400 favoriete klassieke muziekwerken van de luisteraar. Net als vorig jaar staat de Matthäus Passion van Johann Sebastian Bach op nummer 1, gevolgd door het Requiem van Wolfgang Amadeus Mozart. Het Requiem van Gabriel Fauré heeft de Branden…
Lees meer…
Het Reinecken Festival van eind mei
24.04.2011 | 00:36
In 2011 beleeft het Reincken Festival haar eerste lustrum. In voorgaande afleveringen heeft het festival veel aandacht besteed aan muziek uit de gouden tijden van Holland. Ondanks kredietcrisis en afnemende subsidiëring van podiumkunsten zal ook in 2011 het Reincken Festival gewijd worden aan goude…
Lees meer…

Ballet heeft van meet af aan een centrale rol gespeeld in de Franse opera. Al in de 17e eeuw gelastte de Zonnekoning, ooit zelf een begenadigd danser, dat het muziektheater rijkelijk voorzien moest zijn van dansmuziek. Deze traditie heeft zich voortgezet tot Bizet en Massenet aan toe. Ten tijde van Jean-Philippe Rameau was het al niet anders. In zijn opera's is vaak meer dan een half uur ingeruimd voor deze muziek. Tegenwoordig levert dat menig operaregisseur en choreograaf hoofdbrekens op om dit boeiend te ensceneren. De niet altijd even geslaagde balletscènes in Platée bij DNO (april jl.) zijn daar het jongste voorbeeld van, ondanks de uitstekend spelende Akademie für Alte Musik Berlin. Hoe dan ook, het is veiliger een cd te maken van deze sprankelende dansen. Mits uitmuntend uitgevoerd, want ook dan kan de saaiheid toeslaan. Dat geldt niet voor de nieuwste opname van Jordi Savall met het Orchestre de Louis XV. Zij namen de balletsuites uit vier grote theaterproducties op, waaronder Les Indes Galantes en Les Boréades. Het resultaat is een spannende dubbel-cd waar blijkt hoe kleurrijk en levendig deze muziek kan zijn en dat hier prima op gedanst kan worden.
Bron: Frans Jansen; Klassieke Zaken (www.klassiekezaken.nl)
Codex Calixtinus - Dum esset Salvator in monte
Codex Las Huelgas - Rex virginum amator
Alexander Agricola: In myne zyn
In Memoriam Guillaume de Machaut
Hij leefde van 1300 tot 1377. 77 jaar is tegenwoordig bijna 'jong' sterven maar in die tijd was je een heel oud mens en mocht je gelukkig zijn zo oud te mogen worden. De cd In Memoriam is een eerbetoon aan de Machaut en het Ensemble Musica Nova, onder leiding van Lucien Kandel, betrekt componisten die voor de Machaut van grote betekenis waren. Onder hen vooral Philippe de Vitry maar ook Pierre de Bruges (Pieter van Brugge?), Gilles d'Orleans en Bernard de Cluny. Het grootste deel van de cd is gewijd aan de Mees Notre Dame van Guillaume de Machaut. Het werk werd gerestaureerd door de dirigent van het ensemble. Zoals telkens weer stelt zich de vraag: “Klonk het zo?”. Volgens mij is men in geen geval ver van de waarheid. Edele muziek werd door geschoolde stemmen gezongen. Zonder deze muziek kende we de polyfonie niet die onbetwistbaar door geschoolde stemmen werd gebracht, kenden we de renaissance niet, barok enz die allemaal telkens op de voorgaande stijlen zijn gebaseerd. Ze haalden er hun instrumentarium dat meegroeide naar vernieuwde inzichten, behoeften en nieuwe ontdekkingen maar de kern is voorzeker dezelfde gebleven. Net zoals in alle andere hoogstaande kunstvormen, schilderkunst, architectuur, beeldhouwkunst… De visie van Kandel is de juiste en niet de visie van diegenen de deze muziek met schorre krijsende kelen gaan zingen om 'aan middeleeuwse muziek te doen'.

De mis van de Machaut is bijwijlen een haast hedendaags werk. Talloze disharmonieën kleuren de toonzettingen al worden ze meteen opgelost in harmonisch fijnzinnige akkoorden en zinnen. De man scheen zijn tijd ver vooruit.
We horen een opname die een zeer sterk evenwicht uitstraalt, een rust die je je pas echt goed kan inbeelden in een van die Franse romaanse kerken, niet al te klein maar ook niet geweldig groot. Een vroeg gotische kerk komt ook nog in beeld, nog wat donker, niet te veel verfraaiing, een gebouw dat nog voldoende mysterie uitstraalt en niet de verheerlijking van de laat gothiek of de barok. De muziek is niet zeer levendig, eerder monotoon. We horen niet veel op- en afbouw. De weergave is zeer egaal, misschien wel te egaal, net te academisch netjes, risicoloos alsof de musici zich terugtrekken als muzikale kluizenaars en zo hun muzikaliteit beleven. Het is mogelijk heel correct zo te musiceren, het heeft een extra dimensie die je aan het mediteren kan zetten. Gewend is het oor niet van de luisteraar die dagelijks ondergedompeld wordt in zeer veel 19e en 20e eeuw en ook wel barok en een luisteraar die uiteindelijk in een lawaaimaatschappij leeft. Ja kan niet buitenkomen of je hoort het lawaai van de straat en dat zijn nooit fraaie geluiden. Dit vraagt het omschakelen van een knop en als dat lukt, dan gaat deze muziek op zich leven. Je moet voldoende inlevingsvermogen hebben om je in een middeleeuws, relatief geblokt, donkerder religieus gebouw te bevinden waar Musica Nova staat te zingen. Luister met je ogen, kijk met je oren en deze cd groeit zo. Een bijzonder product.
• Info: een uitgave van Aeon France, AECD 0993 verdeeld door Outhere,www.outhere-music.com, www.aeon.fr.
L'argument de Beauté
Precies 100 jaar na Guillaume de Machaut zag in 1400 Gilles Binchois het levenslicht. De Henegouwer werkte meer dan 20 jaar voor het hof van Philips de Goede en was tegelijkertijd priester in Brugge en Bergen (zijn geboortestad) om uiteindelijk in Zinnik (Soignies) pastoor te worden, een functie die hij bleef combineren met zijn proost zijn aan het hof en natuurlijk met het componeren. Hij zou in die stad overlijden. Discantus onder leiding van Brigitte Lesne zingt de cd 'L'argument de Beauté vol met kerkelijke gezangen van Binchois. Als begeleidend instrument horen we een klokkenspelletje zoals in die tijd redelijk voorkwam. Misschien is dit wel de inspiratie geweest om van het groeiend aantal klokken in de kerken en belforten uiteindelijk een instrument te maken. De eerste als instrument vermelde beiaard zou in Oudenaarde weerklinken in het jaar 1500. Er zullen al wel eerder klokken geklonken hebben waarmee melodieën gemaakt werden maar dat is niet echt ter zake voor deze cd.

De dames van Discantus kennen hun plaats in de zogenaamde oude muziek praktijk (wat is oude muziek eigenlijk?…). De teksten zijn bestudeerd en ze zingen ze zoals ze toen werden uitgesproken, de latijnse 'u' hoor je niet als 'oe' maar als Franse 'u'. Iets wat de rechtgeaarde uitvoerders van de oude muziek allemaal doen en eigenlijk terecht. Het kerklatijn werd lang op zijn Frans uitgesproken, tot in de jaren '60-'70 vorige eeuw. Ook ik leerde in de lager school nog sanctUs en niet sanctOEs uitspreken en in de kerk hoorde we het ook zo.
De titel van de cd is heel juist gekozen. Deze muziek is zuivere schoonheid. Gilles Binchois zoekt niets te ver, hij houdt het liever beschaafd en wat timide. Zijn kerkmuziek gaat niet overdreven leven maar klinkt toch verhelderend, verheerlijkend, helemaal passend in zijn tijd zonder invloeden van waar ook. Binchois blijft zichzelf en componeert wat 'conservatief'. Geen probleem voor mij, de gezangen zijn op hun manier sprankelend en hebben nog steeds iets diep intiem, nog een vleugje mystiek zoals dat bij zijn voorgangers het geval was. Zijn muziek kan je al genieten in een kathedraal maar ook in de beslotenheid van een minder pralerige kerk. Beeld je ook nu in dat je in een gotische kerk staat, zie de kleuren van de fresco's, de beelden, de kledij van de Bourgondische burgerij en adel en verzink in de sfeer van toen met de muziek van Gilles Binchois, gezongen door specialisten die pretentieloos voor niets anders kiezen dan voor de zuiverste muziek. Dat zijn de argumenten voor schoonheid die Discantus aanbiedt.
• Info: een uitgave van Aeon France, AECD 1096, verdeeld door Outhere,www.outhere-music.com, www.aeon.fr.
Codex Chantilly
De dames van het Franse vocaal ensemble De Caelis hebben reeds vijf albums met middeleeuwse polyfonie op hun naam staan en betreden nu de arena van de hoge muzikale en tekstuele verfijning: de Codex Chantilly. Dit handschrift wordt bewaard in het museum van kasteel Chantilly in Noord-Frankrijk en bevat vele muziekwerken uit de zogeheten @ars subtilior@ (‘subtielere kunst’). Aan het pauselijk hof in Avignon en andere cultureel verfijnde hoven in Zuid-Frankrijk was in de late veertiende eeuw behoefte aan meerstemmige wereldlijke liederen, en componisten als Cordier, Senleches en Solage voorzagen daarin. Niet alleen de muzikale stijl was zeer verfijnd, ook de weergave in de codex kent soms geen grenzen. Zo is het rondeau ‘Belle, bonne, sage’ van Cordier genoteerd in de vorm van een hart, inclusief rood hartje in de zangtekst. In ‘En l’amoureux vergier’ van Solage wordt de schoonheid van een vrouw tot op grote hoogten bezongen, ondersteund door verheven beelden in de tekst. Maar soms is het ook gewoon plezier maken, bijvoorbeeld met de imitatie van een nachtegaal. Verduiveld lastig nog om te zingen, maar De Caelis houdt zich goed staande, zij het dat het ensemble soms wat weinig interne schakering in timbre heeft. Geniet vooral, maar met mate.

• Info: een uitgave van Aeon France, AECD 1096, verdeeld door Outhere,www.outhere-music.com, www.aeon.fr.
Een discografie zo indrukwekkend als die van het Cantus Cölln zingt men niet in een-twee-drie bij elkaar. De oprichting van het ensemble dateert dan ook al van 1987 en sedertdien bouwde het ensemble steen voor steen aan een indrukwekkende reputatie als interpreten van oude muziek. Men kan het ensemble en zijn dirigent Konrad Junghänel inderdaad verwijten dat ze als collectief nooit hun horizon hebben verbreed tot meer recente muziek, maar de consistentie van hun oeuvre kan even goed als een groot pluspunt worden gezien. Het is overigens uitzonderlijk dat Harmonia Mundi twee verschillende cd's van eenzelfde ensemble opnieuw uitbrengt in de prestigieuze Harmonia Mundi Gold-serie, maar naast deze opname met de 'Italiaanse madrigalen' van Heinrich Schütz viel ook hun interpretatie van Bachs B mineur-mis diezelfde eer te beurt. Die werd hier en daar zelfs genoemd als referentie-opname voor het werk, waarmee Konrad Junghänel onder meer Philippe Herreweghe in de wind zette.
De 'Italiaanse madrigalen' van Heinrich Schütz stellen interpreten vandaag overigens nog steeds voor problemen. De componist zou immers zijn leven lang religieuze muziek schrijven, na deze ene profane liederencyclus. Zegt dat iets over hoe Schütz zelf tegen zijn eerste worp aankeek? Nee, want de componist zou zich vele jaren later nog met vreugde zijn Italiaanse periode herinneren. Desondanks betreft het een buitenbeentje in 's mans oeuvre en in die hoedanigheid weten ensembles soms niet helemaal hoe ze het werk moeten aanpakken. Wetende dat Schütz tijdens zijn periode in Venetië een grote invloed had ondergaan van zijn leermeester Giovanni Gabrieli, kan men de werken in het verlengde van diens stijl relatief eenvoudig thuisbrengen. Daarenboven integreerde de componist ook elementen uit de oude Nederlandse a capella-school, naast vondsten die Monteverdi hem zou aangereikt hebben. Ook herbergen deze madrigalen uitzonderlijke expressieve kenmerken, zoals het gebruik van voor die tijd wringende harmonieën en hier en daar zelfs een ritmisch risico. Voor wie bekijkt waar de muziekindustrie vandaag staat, is het soms moeilijk te geloven dat deze werken in hun tijd revolutionair konden genoemd worden.

Wat vandaag resteert, is prachtige koormuziek op de bres tussen traditionele renaissance- en barokmuziek. Schütz koos er bewust voor om zonder basso continuo aan de slag te gaan en deze madrigalen lijken er soms ouder door dan ze in feite zijn. Gelukkig pakt Konrad Jurghänel de lange partituur aan vanuit een enorme gretigheid, waardoor af en toe vocale geestigheden komen bovendrijven. Door de minutieuze uitwerking van de verschillende stemmen ontstaat een begeesterend web waarin tal van stemmen over en onder elkaar door buitelen. De dynamiek is, zeker in deze muziek, zelden gezien. Tegelijk houdt Junghänel de tekstexpressie in het oog en blijft de verstaanbaarheid van de tekst veel belang krijgen. De uitvoering in zijn geheel krijgt er niet zozeer een evenwichtig, als wel een Dionysisch karakter door, dat perfect aansluit bij de Italiaanse geest waarin Schütz, toen nog een jonge muziekstudent, de werken heeft gecomponeerd.
De mooie uitgave maakt deze opname helemaal af. Met goede historische duiding en bovendien spotgoedkoop geprijsd, zouden liefhebbers van oude muziek eigenlijk niet mogen twijfelen. Beter dan dit kan deze muziek immers onmogelijk uitgevoerd worden.
Links:
Bron: www.kwadratuur.be,