Oude muziek van Hildegard von Bingen tot Antonio Vivaldi

Logo MA 

- Welkom bij Musiqua Antiqua - 

logoem.giflogoem.gifDeze club gaat over de Oude Muziek of Musica Antiqua; van de Middeleeuwse componiste Hildegard von Bingen (1098-1179) tot de barokcomponist Antonio Vivaldi (1678-1741). 

Hier vind je informatie over de muziekgeschiedenis, nieuwe CD's, componisten, muzikanten - via de tab "Nieuws". Er is een zeer grote verzameling oude muziek videoclips - te vinden via de tab "Videoalbums".

Wat is 'oude muziek'? Oude Muziek of Musiqua Antiqua is de verzamelnaam voor muziek uit de Middeleeuwen, de Renaissance en de Barok. Met deze term maakt men een onderscheid tussen de muziek uit deze "pre-klassieke" periode met de rest van de klassieke muziek. Bij de uitvoering van oude muziek wordt vaak teruggegrepen naar instrumenten uit de tijd waarin de muziek geschreven is. Geprobeerd wordt de muziek uit te voeren zoals de betreffende componist oorspronkelijk bedoeld heeft. Dat geeft een zeer bijzondere sfeer aan de muziek, dat vooral bij een liveoptreden goed tot uiting komt.Van belang is dat deze muziek ook daadwerkelijk 'oud' klinkt en wordt uitgevoerd op authentieke instrumenten. Daarnaast dient de uitvoering te klinken op een wijze die een componist honderden jaren geleden vertrouwd in de oren zou hebben geklonken. Deze club gaat dus over muziek van middeleeuwen tot het einde van de late Barok, juist op het moment dat de klassieke periode zichzelf vestigde als de voornaamste muzikale stijl (in de tweede helft van de 18de eeuw).

logo-black_on.png 55196.png Radio44.jpg

Concertzender biedt een themakanaal Oude Muziek aan

Cristóbal de Morales was één van de grootste componisten van het midden van de 16de eeuw. Na in Sevilla op uitzonderlijk vroege leeftijd als koorknaap aan de kathedraal te zijn opgeleid door Pedro Fernández de Castilleja en Francisco de Peñalosa, specialisten van Nederlandse polyfonie, werd Morales in 1526 kapelmeester van de kathedraal van Ávila.

Van 1529 tot 1531 was de Morales (ca.1500-1553) verbonden aan de kathedraal van Plasencia in de provincie Cáceres in Extremadura. Omstreeks 1535 ging hij naar Rome, waar hij zanger werd aan de pauselijke kapel. Daar bleef tot 1545 in dienst van het Vaticaan. Na zijn verblijf in Italië keerde hij naar Spanje terug, waar hij opeenvolgende betrekkingen had. In o.a. Toledo volgde hij Andrés de Torrentes op en was er de leraar van de jonge Francisco Guerrero. De laatste levensjaren bracht Morales door in Marchena in de Spaanse provincie Sevilla, in dienst van de hertog van Arcos en vervolgens in Málaga, waar hij kapelmeester van de kathedraal (foto) was.

De bekendheid en invloed van Cristóbal de Morales waren enorm in zijn eigen tijd. Meer dan 70 afdrukken vóór 1600 bevatten enkele van zijn composities. De werken van de musicus uit Sevilla waren niet alleen een essentieel onderdeel van het repertoires van de belangrijkste kerken en kathedralen van Spanje en Amerika tot het einde van de moderne tijd, maar ze genoten ook buitengewoon prestige onder theoretici en historici. Hij werkte alleen voor korte periodes in Spanje en zijn naam blijft verbonden aan het decennium dat hij doorbracht aan de pauselijke kapel van paus Paulus III, van 1535 tot 1545. 

In Rome vervulde hij zijn verantwoordelijkheden als cantor naast collega’s zoals Costanzo Festa, Jacques Arcadelt en Juan Escribano. Morales was vooral geïnteresseerd in teksten voor de vastentijd, waaronder de viering van Aswoensdag en de zondagen van Septgramsima, Sexagesima en Quinquagesima. La Grande Chapelle profiteert hier ten volle van het uitgebreid aantal van deze motetten op liturgische teksten voor de Vastentijd,  om op een schitterende wijze een groot componist te eren.

“La Grande Chapelle” is een Spaans vocaal en instrumentaal ensemble van Oude religieuze muziek, opgericht in 2005. Hun naam is ontleend aan de muziekkapel in Bourgondië, waaraan musici/componisten als Nicolás Gombert, Philippe Rogier, Pierre de La Rue en Mateo Romero verbonden waren. De Catalaanse musicoloog Albert Recasens volgde zijn vader, de dirigent Ángel Recasens, na zijn overlijden in augustus 2007, op als directeur van het ensemble. Wat met vader Recasens en zijn Capilla Príncipe de Viana begon, het uitvoeren van Spaanse muziek uit de Gouden Eeuw, wordt nu door de zoon voortgezet met “La Grande Chapelle”, Lauda is daarbij hun eigen label.

Op de cd staan 15 meesterlijke motetten van Morales, Circumdederunt me a 5; Simile est regnum coelorum/Cum sero autem factum esset a 4; Cum turba plurima a 4; Immutemur habitu/Iuxta vestibulum a 4; Inter vestibulum et altare a 4; Emendemus in melius a 5; Clamabat autem mulier/At illa venit a 5; Quanti mercenarii/Pater Peccavi a 6; Lamentabatur Iacob a 5; Accepit Iesus panes a 4; Peccantem me quotidie a 4; O Crux ave spes unica a 5; Stabant autem a 4; Vigilate et orate a 4, en Per tuam crucem/Miserere nostri a 4.

 

Cristóbal de Morales
Lamentabatur Iacob
La Grande Chapelle - Albert Recasens
cd Lauda LAU019

 

Bron: Michel Dutrieue; Stretto – Magazine voor kunst, geschiedenis en muziek (stretto.be)

In een imaginair maar veelzijdig spektakel, gesitueerd ergens rond 1470, rond de grootste pre-Renaissance componist, Guillaume Dufay, betreden we met deze heel, heel bijzondere cd, de wereld van een groots huwelijksfeest op nieuwjaarsdag, gevierd met motetten en chansons van Dufay, en met feestelijke instrumenten om de pracht en praal luister bij te zetten.

Uit de laatste bloei van het middeleeuws tijdperk horen we in de typische Bourgondische virtuositeit van de vocale polyfone motetten van Dufay, hoe zijn muzikale rijkdom van de “formes fixes”, “stile fermata”, Faux bourdon harmonisering (basis van de harmonische sonoriteit van de Renaissance) en “Ars subtilior” (isoritmie), en zijn combinatie van elementen uit de “Ars nova”, de polyfone “English manner” van John Dunstable, en Italiaanse madrigalismen, het punt bereikte waarop zijn muziek, stilistisch en expressief, overging in de nieuwe, muzikale artisticiteit en ideeën van de Renaissance. Het Dufay-spektakel viert op deze cd het genie van Dufay met een eclectische voorstelling van vocale en instrumentale, stoeiende en gepassioneerde robuustheid, klaaglijke devotionele passie, nu eens met trage, donkere ritmes, dan weer met vrolijke cascades van melodieën, en opwindende complexe ritmes. 

Zoals het chanson “Ce jour de l’an”, dat op de cd centraal staat zijn belofte voor het nieuwe jaar inluidt (één keer monodisch gezongen door de bariton Stephen Charlesworth en twee geïmproviseerde versies op vihuela d’arco en psalterium), is “Ce jour de l’an” daadwerkelijk een dag om te vieren. Bepaalde van de 25 opgenomen chansons (rondeaux en ballades) en isoritmische en vrije motetten (bv. “Vergene bella”) op deze cd, werden effectief gecomponeerd voor feestelijke aangelegenheden. “Resvelliés Vous” werd gecomponeerd voor het huwelijk in 1423 van Carlo I Malatesta en Vittoria Colonna (Dufay was in Rimini in dienst van de condottiero, Carlo Malatesta), “Salve Flos Tuscae Gentis” werd gecomponeerd voor de bevolking van Firenze, en “Ecclesiae Militantis” werd gecomponeerd voor Paus Eugenius IV (foto). In 1434, werd Dufay nl. kapelmeester van Louis I, hertog van Savoye. Paus Eugenius IV leunde sterk op de steun van deze hertog. 

Het ensemble “Gothic Voices” (Catherine King, Steven Harrold, Julian Podger en Stephen Charlesworth) wordt hier vergezeld door de mezzosopraan Clare Wilkinson en de instrumentalisten Jane Achtman, vihuela d’arco en vedel, Andrew Lawrence-King, orgel, regaal, harp en psalterium, Keith McGowan, dulciaan en chalumeau, en Emily White, sackbut. De feestelijk motetten en de chansons worden op de cd programmatisch onderverdeeld in 4 thematische episoden, “Ce jour de l’an”, “A Reflection”, “Solemn Celebration” en “Playful Celebration”. 

De vier leden van “Gothic Voices” en hun vijf gasten, presenteren met deze cd een magistrale, sfeervolle evocatie van de immense, poëtische en muzikale rijkdom van het tijdperk van de Bourgondiërs, de hussieten, het concilie van Bazel (1431) en de tijd van de tegenpausen (bvb. Amadeus van Savoye als Paus Felix V). De schitterende uitvoering getuigt zowel vocaal als instrumentaal, van een weergaloze technische en expressieve perfectie. Magistraal! Niet te missen!

Dufay componeerde zijn chansons in de vorm van rondeau, virelai of ballade. Het Orlando Consort koos voor hun schitterende hyperion cd, 18 chansons die een goed sonoor beeld geven van die verschillende vormen. Wanneer Constantinopel in 1453 in handen van de Turken viel, componeerde Dufay bv. vier klaagzangen. Slechts één, “O tres piteulx”, overleefde de tijd. Het bevat tekst uit het Boek Klaagliederen, waarboven de andere tekst van de discant (bovenste stem) uit twee strofen bestaat met het zeer ongebruikelijk rijmschema aba aab / bcc dcd. Het chanson was denkbaar gericht aan het pauselijk hof van de Napolitaanse Calixtus III (foto), gekozen in 1455. 

“Je vous pri” heeft ook verschillende teksten tegelijkertijd, maar op een heel andere manier. Boven de melodieën in de lagere stemmen, duidelijk populaire liedjes, kreeg de discant een perfect standaard rondeau stanza in de meer hoofse stijl dan de meeste andere chansons van Dufay. Hoewel er een behoorlijk aantal van dergelijke ‘combinerende chansons’ is, met name uit de jaren 1460 en 1470, is dit het enige voorbeeld, gecomponeerd door  Dufay. 

In “La dolce vista”, waarschijnlijk een vroeg werk, herinnert de tekstherhaling aan de stijl van de laatste werken van Johannes Ciconia, die ook invloed had op de vorm van Dufay’s vroeg motet Vasilissa ergo gaude (1420). “Je me complains” is een ballade rond een drieklank. Dit is de enige keer dat Dufay die techniek gebruikte. Het had zijn wortels in de veertiende eeuw bij Guillaume de Machaut, maar was zeer zeldzaam in de vijftiende eeuw, tot de generatie na Dufay het opnieuw opnam. Het enige bekend manuscript van het chanson is gedateerd 12 juli 1425.

“Mon chier amy” is ook een ballade, dit keer met zijn volledige drie strofen plus een ‘envoi’ aan het eind. De tekst is een condoleance voor een vriend, misschien gecomponeerd ter gelegenheid van het overlijden van Pandolfo Malatesta in 1427. Of misschien is de verwijzing in de derde strofe ‘Ces trois chapiaux’, een verwijzing naar de pauselijke, drievoudige tiara, in welk geval het chanson kan worden geadresseerd aan Paus Eugenius IV bij het overlijden in 1431 van paus Martin V (foto). Dufay was nl. in dienst van beide.

“Malheureulx cueur” is een virelai. De muziek, net als het gedicht, komt vrijwel zeker uit de jaren 1450 en is mogelijks één van de laatste chansons die we van Dufay kennen. De Frygische modus, gekenmerkt door de verlaagde, tweede graad, draagt ​​treffend bij aan het pathos van het chanson, net als het buitengewoon zuinig maar subtiel van compositorische middelen.

“Pouray je avoir vostre merci ?”, ook een rondeau, is één van de voorbeelden waarin Dufay verwees naar een bepaalde dag in de hoofse kalender, in dit geval Nieuwjaarsdag, de dag waarop de minnaar zijn dame smeekt om zijn avances te willen accepteren. Gezien het feit dat in die jaren de enige bekende associatie van Dufay met het hof, dit van de Malatesta’s was, is het gepast er aan te herinneren, dat de meeste Noord-Italiaanse hoven, destijds Frans leken te prefereren als de taal van hun wereldlijke muziek. De sublieme uitvoerders, vocale solisten van het Orlando Consort, zijn Matthew Venner, contratenor, Mark Dobell, tenor, Angus Smith, tenor en Donald Greig, bariton. Een buitengewoon mooie cd die u geenszins mag missen!

The Dufay Spectacle - Gothic Voices - cd LINN CKD 568

Guillaume Dufay - The Orlando Consort - cd Hyperion CDA68236

Bron: stretto.be

De invloed van Jean-Baptiste Lully op de ontwikkeling van het grand motet was van doorslaggevend belang in de 17de eeuw. Ter gelegenheid van het 350-jarig jubileum van de Académie Royal de Musique, hebben Leonardo García Alarcón, het Millenium Orchestra en de Chœur de chambre de Namur op één cd, drie van zijn meest gevierde motetten verzameld, Dies Irae, De Profundis en Te Deum. Theatrale grootsheid is hét kenmerk van deze versie, opgenomen in de Chapelle Royale van het kasteel van Versailles.

Lully staat opnieuw in de schijnwerpers in 2019, en dit ter gelegenheid van de 350ste verjaardag van de Académie Royale de Musique, waarvan hij van 1672 tot zijn overlijden in 1687, de leiding had. Hoewel Lully nooit een officiële functie bekleedde aan de Chapelle du Roi, was zijn invloed op de ontwikkeling van het grootse motet, zo typisch en symbolisch voor de Grand Siècle, van doorslaggevend belang. Hij schreef imposante motetten, Motets à deux choeurs pour la chapelle de Roy, ter ere van de glorie van God en de koning voor de grote ceremonies aan het hof. Van de vele koninklijke begrafenissen was die van koningin Marie-Thérèse in 1683 één van de meest grandioze. 

Lully’s Dies iræ en De profundis werden toen gezongen. Maar zijn meest gevierde motet was ongetwijfeld zijn Te Deum, dat in 1677 voor het eerst klonk en de favoriet van de koning werd. In 1687 voerde Lully het opnieuw uit, maar sloeg met de zware stok die hij gebruikte om het tempo aan te geven, op zijn voet. De wond raakte geïnfecteerd en het gangreen verspreidde zich geleidelijk en veroorzaakte zijn dood op 22 maart.

De uitvoerders en vocale solisten zijn Sophie Junker (foto) en Judith van Wanroij (foto)(sopraan), Matthias Vidal en Cyril Auvity (contratenor), Thibaut Lenaerts (tenor), Alain Buet (bas), het Choeur de Chambre de Namur enMillennium Orchestra o.l.v. Leonardo García Alarcón. De cd werd opgenomen in de Chapelle Royale van het kasteel van Versailles.

Als nieuwkomer in de wereld van de muziek gespeeld op oude instrumenten, verenigt het Millenium Orchestra de meest getalenteerde muzikanten met verschillende achtergronden onder dezelfde vlag, om hun passie voor muziek en hun verlangen naar uitmuntendheid te delen. De leden komen uit verschillende generaties specialisten in oude muziek en spelen op originele/historische instrumenten die zijn aangepast aan verschillende barokke, klassieke of zelfs romantische repertoires. Met de aanmoediging van Leonardo García Alarcón streeft het orkest ernaar origineel te zijn in zijn programmakeuzes en in zijn interpretatieve benadering van meesterwerken uit het verleden en niet-gepubliceerde partituren. 

Het Millenium Orchestra, opgericht in 2014, neemt sinds februari 2015 deel aan muzikale evenementen en festivals. In zijn eerste producties richtte het orkest zich op Mozart, met sopraan Jodie Devos. ‘Le concert de Vienne 1783’, de cd-opname werd door de pers geprezen en uitzonderlijk goed ontvangen door het publiek. In 2016 nam het Millenium Orchestra Scarlatti’s Passion volgens Saint-Jean op met het Kamerkoor van Namen en speelde in de indrukwekkende productie van Donizetti’s Requiem op het Festival van Saint-Denis.

Het Kamerkoor van Namen werd opgericht in 1987 op initiatief van het Centre d’art vocal et de musique ancienne (Cav & ma), gevestigd in Namen. Haar domein is oude muziek, met bijzondere aandacht voor het repertoire van componisten die woonden en werkten op het grondgebied van het huidig Waals Gewest (Lassus, Du Mont, Grétry, Gossec, enz.) of uit Brussel (Joseph-Hector Fiocco ). Het Namen Kamerkoor treedt regelmatig op met het instrumentale ensemble Les Agrémens, onder leiding van Guy van Waas, dat in 1995 werd opgericht door het Centre for Vocal and Early Music (Cav & ma) om het koor uit te rusten met een barokorkest op hoog niveau.

Uitgenodigd op de beroemdste festivals in Europa, werkte het Namens Kamerkoor telkens onder leiding van een artistiek directeur, het waren achtereenvolgens Pierre Cao, Denis Menier, Olivier Opdebeeck, Patrick Davin, Jean Tubéry, en sinds 2010, Leonardo García Alarcón. Gastdirigenten zijn Frieder Bernius, Paul Dombrecht, Roy Goodman, Martin Haselböck, Philippe Herreweghe, Florian Heyerick, Sigiswald Kuijken, Wieland Kuijken, Jean-Claude Malgoire, Marc Minkowski, Philippe Phillips, Philippe Pierlot, Christophe Rousset, Jordi Savall en Erik Van Nevel.

Her koor heeft ongeveer dertig opnames op zijn naam staan, met name voor het label Ricercar, zeer gewaardeerd door critici (nominaties op de Victoires de la musique classique, Choc du Monde de la Musique, Diapason d’Or, Joker de Crescendo, 10 de Classica-Repertoire, Cecilia prijs). Het Kamerkoor van Namen ontving in 2003 ook de Grand Prix van de Académie Charles-Cros, de Liliane-Bettencourt-prijs 2006 en ’Octave de la musique, 2007, categorie “klassieke muziek”. In januari 2010 werd de artistieke leiding van het Kamerkoor van Namen toevertrouwd aan de jonge Argentijn, Leonardo García Alarcón (°1976). Niet te missen!

 

LULLY - DIES IRAE, DE PROFUNDIS, TE DEUM
Choeur de Chambre de Namur Leonardo
García Alarcón
Millenium Orchestra

 

Bron: stretto.be

In een nieuwe opname, naar aanleiding van een expo, illustreren Paul Van Nevel en het Huelgas Ensemble het werk van Theodoor van Loon, de “Caravaggio uit de Zuidelijke Nederlanden”, met renaissancemuziek van o.a. Francesco Soriano, Agostino Agazzari, Pedro Rimonte en Peter Philips. Hij koos muziek die reminiscenties oproepen aan het werk van Van Loon.

Op de cd ontdekt u het Agnus Dei uit de “Missa super voces musicales” à 4 & 6 en het  motet à 8, “In illo tempore” van Francesco Soriano (foto) en het motet à 8,”Tibi laus, tibi gloria” van Felice Anerio (foto). Daarnaast ontdekt u “Quando miro il bel volto”, canzonetta a quattro voci con l’intavolatura dal cimbalo van Paolo Quagliati, “O voi che sospirate a miglior’ note”, madrigale à 5 van Luca Marenzio, “Ahi, chi m’aita”, madrigale à 5 en “Chiudesti i lumi Armida” madrigale à 5 con Basso continuo van Domenico Mazzocchi, “Super flumina Babylonis” motet à 8 Agostino Agazzari, “Luna que reluces” villancico à 3 & 6 van Pedro Rimonte, “Le bel ange du ciel” berceuse de Noël à 4 en “Hodie nobis de caelo” à 8 van Peter Philips, “Dies irae dies illa” a cinque voci e tre strumenti con continuo van Giuseppe Zamponi, en werk van de onbekende Nicolaus a Kempis en Géry de Ghersem.

De heel interessante informatie over het opgenomen programma in het bijbehorend boekje, met verwijzingen naar de diverse tracks, heeft u uit eerste bron, nl. van Paul Van Nevel zelf. “De zuiver vocale, polyfone stijl, met zijn traditionele, 16de eeuwse imitatietechnieken en het gebruik van ‘cantus firmus’ in het contrapunt, schrijft hij, “klonk nog dagelijks in de missen en motetten van Palestrina, maar ook in de werken van zijn leerlingen Francesco Soriano (1548-1621) en Felice Anerio (1560-1614) die in Rome even beroemd waren”.

“Soriano was enige arrogantie niet vreemd”, vervolgt van Nevel, “hij waagde het zelfs om de beroemde zes stemmige ‘Missa Papae Marcelli’ van zijn leraar te bewerken voor acht stemmen. Palestrina bleef echter zijn hele leven de hand boven het hoofd van zijn leerling houden en stak zijn waardering niet onder stoelen of banken. Dit album opent dan ook met een prachtig zes- en achtstemmig ‘Agnus Dei’ dat Francesco Soriano componeerde tijdens van Loons verblijf in Rome, dat gedrukt werd in Rome in 1609.
 
De andere leerling van Palestrina, Felice Anerio, schreef een groot aantal werken in dubbelkorige stijl, waarbij de achtstemmigheid werd opgedeeld in twee vierstemmige koren (track 3: Tibi laus, tibi gloria). Ook Soriano schreef werken in deze dubbelkorige stijl, waarbij de twee koren verschillend werden gekleurd. In track 5 is het eerste koor bezet met een sopraan en vier strijkers, het tweede koor is a capella (geschreven in de oude, Italiaanse spelling) bezet”.

“Naast de polyfone sacrale muziek in Rome”, lezen we verder, “kreeg ook een nieuwe trend meer en meer vaste voet aan de grond: meerstemmige muziek in de volkstaal werd zeer populair, met als grote surplus in vergelijking tot de geestelijke muziek, het gebruik van instrumenten. Composities als ‘Chiudesti i fumi Armida’ (op een tekst van Torquato Tasso – track 7) maakten gebruik van rijke harmonische kleuren, basso continuo en een voorliefde voor contrastrijke figuren. Het is geen toeval dat de componist van dit werk, Domenico Mazzocchi (1592-1665) een van de eersten was die in de partituur aanduidingen als crescendo, decrescendo, piano en forte gebruikte. Overigens waren naast deze ‘geleerde’ vormen ook eenvoudige, meerstemmige liederen in een volkse stijl zeer populair. Voorbeeld hiervan is het ‘Quando miro il bel volto’ van Paolo Quagliati (ca. 1553-1628) dat nog in strofische vorm werd geschreven, echter met toevoeging van een instrumentale begeleiding (track 2)”.

“In Brussel”, schrijft Van Nevel, “werd in het begin van de 17de eeuw nog de traditie van de 16de eeuwse vocale polyfone stijl verdergezet onder Géry de Ghersem (ca.1574-1630) die na zijn terugkeer van de Capilla Flamenca in Madrid, kapelmeester van Albrecht en Isabella werd. Zijn zevenstemmig ‘Agnus Dei’ (track 8) is een prachtig dramatisch voorbeeld van de oude Franco-Vlaamse polyfonie (Ghersem werd in Doornik geboren) die zich blijft manifesteren in een stijlvreemde wereld. De multiculturele bezetting van de muziekkapel van Albrecht en Isabella kreeg een speciale toets door de aanwerving van de Spanjaard Pedro Rimonte als kapelmeester. 

In 1614 werd in Antwerpen zelfs zijn bundel Villancico’s gedrukt. ‘Parnaso espariol de madrigales y villancicos’ waaruit het drie- en zesstemmig ‘Luna que reluces’ hier werd opgenomen. (track 9). Ook de Engelsman Peter Philips (ca. 1560-1628) was afwisselend als hoforganist en kapelmeester op verschillende tijdstippen in zijn leven in dienst van de aartshertogen Albrecht en Isabella. Zo vermeldden de rekeningen tussen 1612 en 1618 Peter Philips als organist met een inkomen van 750 gulden per jaar en een dagloon van 9 stuivers, wat hem tot een van de best betaalde musici van het hof maakte. Vele van zijn werken zijn in dubbelkorige stijl geschreven, een trend die uit Italië was overgewaaid.

Helemaal in de baroksfeer is het ‘Dies irae’ (track 13) van Guiseppe Zamponi (1605-1662) die in 1648 benoemd werd tot leider van de ‘musica da camera’ van aartshertog Leopold Wilhelm (foto). Het donker en diep karakter van zijn ‘Dies irae’ roept reminiscenties op aan de Pietà van Theodoor van Loon. Tijdens het bewind van Albrecht en Isabella was Nicolaus a Kempis als organist aan de kathedraal van Brussel, een vertegenwoordiger van de Italiaanse barokstijl.

De uitvoerders zijn naast het Huelgas ensemble, Anneleis Decock en Marrie Mooij (barokviool), Lies Wyers (viola de gamba), Sanne Deprettere (violone), Bart Coen en Silke Jacobsen (blokfluit) en Achim Schulz (virginaal). 

Expo THEODOOR VAN LOON, Een caravaggist tussen Rome en Brussel – BOZAR/Paleis voor Schone Kunsten – Brussel 10.10.2018 – 13.01.2019

the ear of Theodoor van Loon il primo carravggisto fiammingo
huelgas ensemble - paul van nevel
cd CYPRES CYP 1679

 
Bron: Michel Dutrieue, stretto.be

De viola da gamba die haar oorsprong had in de vihuela de arco, kreeg zijn huidige vorm in de 16de eeuw en werd sindsdien overal in Europa bespeeld. Met name in Engeland waren in de 16de– en 17de eeuw, gamba consorts erg populair.

“De 15de eeuw was een eeuw die al snel de prachtige verhalen en odyssees van een pas herontdekte duizendjarige beschaving zou ontrafelen, een tijdperk waarin filosofen wijsheid en menselijkheid onderwezen, toen de muziek van Orpheus zelfs de meest woeste beesten kon temmen”, vertelt Savall. Te midden van zoveel nieuwigheden en wonderen, is het geen wonder dat minstrelen een nieuw, expressiever en rijker geluid zochten, om musica nova te maken, nieuwe muziek op een nieuw instrument, afkomstig van de oude vihuela de arco, de rebab of troubadour rebec, en de zoete geluiden van de Moorse luit. Nieuwe muziek met zijn potentieel aan mooie harmonieën en vreugdevolle ritmes, die plaats maakte voor de vihuela de arco en de vihuela de mano, in het spoor van de opeenvolgende uitwijzingen van de Joden in 1492 en de Moriscos in 1609. 

Historisch gezien ging de vihuela de mano, als voorloper van de luit, terug tot de middeleeuwen. Vermoedelijk werd het door de Spaanse elitebevolking ontwikkeld als tegenhanger van de luit, die sterk leek op de door de Moren tijdens de overheersing meegebrachte oed, een peervormig snaarinstrument zonder fretten dat met een plectrum werd bespeeld. De vihuela werd voornamelijk bespeeld in Spanje, en in mindere mate in Italië en Portugal. De Europese luit, die qua uiterlijk meer op de oed leek dan de vihuela, was populairder in het noorden van het continent, Frankrijk, Duitsland, Engeland en Nederland.

Het was het begin van een nieuw tijdperk van Europese beschaving, klaar om de oude Middeleeuwen achter zich te laten en die, dankzij de herontdekking van de oude Griekse beschaving, een nieuwe wereld begon te vormen vol idealen, hoop, schoonheid en creativiteit, van ontdekkingen en conflicten, zowel wijsheid als fanatisme, maar die de mens in het middelpunt van het leven stelde. Het was in die tijd dat een nieuw strijkinstrument werd geboren: de viola da gamba, viola d’arco of vihuela de arco, die ter ere van het nieuw tijdperk ook de ‘renaissance-altviool’ werd genoemd. Net als de Renaissance-luit had dit nieuw instrument 6 snaren die in kwarten waren gestemd, met een grote terts in het midden, en zeven fretten, die de vijfde in halve tonen verdeelden, waardoor elke toon zijn natuurlijke resonantie kon behouden.

“Zoals Ian Woodfield aantoont in zijn boek “The Early History of the Viol” (Cambridge University Press 1984)”, schrijft Savall, “was het in Valencia dat dit nieuw instrument aan het einde van de 15de eeuw op canvas werd vereeuwigd. De eerste schilderijen van het nieuw instrument, daterend van rond 1480, zijn te vinden in de kerken van Sant Feliu in Xàtiva (Valencia) (foto) en Sant Esteve in Valencia. Andere afbeeldingen uit het begin van de 16de eeuw zijn het anoniem schilderij van de Valenciaanse of Mallorcaanse school met de voorstelling “De kroning van de Maagd”, die hangt in het Museum voor Schone Kunsten in Valencia hangt, en “De Dormitie van de Maagd”, ook behorend tot de Valenciaanse School, die in het Museum voor Schone Kunsten in Barcelona hangt”.

De andere belangrijke nieuwigheid in de creatie van het nieuw instrument was dat het werd gemaakt om de menselijke stem na te bootsen, meer bepaald, de sopraan, alt, tenor en bas. En zo werd het consort geboren, een van de fundamentele instrumentale ensembles van de Renaissance en vroege barokke kamermuziek uit de 17de eeuw. Net als bij de uitvinding van het instrument, kwamen de vroegste muzikale creaties voor dit nieuw ensemble voort uit de muzikale activiteiten rond de monarchen van de Catalaanse-Aragonese Kroon, te beginnen met Alfonso de Grootmoedige, die zijn hof in Napels vestigde, na zijn verovering van de stad in 1442. Daar creëerde hij de eerste Academie voor de Kunsten, die spoedig werd geëmuleerd aan het Valenciaans hof door Germaine van Foix, de zuster van Lodewijk XII en tweede vrouw van de katholieke Monarch Ferdinand II van Aragon (1505-1516). In 1526 trouwde ze met de zoon van koning Frederik II van Napels, Ferdinand van Aragon, hertog van Calabrië. Hij was een belangrijke speler in de mediterrane politiek van de Catalaans-Aragonese kroon aan het begin van de 16de eeuw, en Ferdinand en Germaine werden onderkoningen van Valencia.

Niet minder belangrijk was de bijdrage van de stad Venetië, de “Poort naar het Oosten”, die gedurende meer dan twee eeuwen, één van de meest productieve centra van muziekcompositie en muziekuitgeverij in Europa was.

In het instrumentaal repertoire werd het experiment van het uitvoeren van liederen op de instrumenten, snel gevolgd door de compositie en publicatie van werken die specifiek gecomponeerd waren om te worden gespeeld op orgel, luit, violen en allerlei “andere instrumenten”. Dit is te zien is op tal van partituren, gedrukt in die periode, en staat vermeld in het voorwoord van de Musica Nova verzameling instrumentale stukken, gepubliceerd in 1540 in Venetië, waaruit Hieronimus Parabosco’s Ricercare XIV op de antifoon “Da Pacem”, werd geselecteerd. Het was trouwens deze compositie die het idee en de inhoud van de huidige opname inspireerde. 

De “nieuwe muziek” van de Canzone per sonare, samen met de ontwikkeling van nieuwe harmonische en ritmische parameters in de dansmuziek, en de contrapuntische complexiteit van polyfone werken (Fantasies, In nomines, Tientos, Canzoni, etc.), vonden in het homogeen ensemble van het gamba consort, hét ideaal middel om de beste kamermuziek te produceren, waardoor alle stemmen een harmonieus evenwicht bereikten zonder dat één van hen de andere domineerde.

Particuliere en sociale muziekpraktijken waarbij deze instrumenten werden gebruikt, verspreidden zich snel onder de burgerij en aan de hoven van de meeste Europese landen als Italië, Frankrijk, Vlaanderen, Castilië, Aragon en Catalonië, en in Duitsland en Engeland onder koningin Elizabeth I en koning James I. Engeland was de thuisbasis van de creatiefste componisten voor de gamba, onder wie Christopher Tye, William Byrd, Thomas Tallis, John Dowland, John Jenkins, William Lawes, en Henry Purcell. En tegelijkertijd was het in Engeland dat de viola da gamba en het gamba consort van het midden van de 16de– tot het midden van de 17de eeuw, tot bloei kwamen.

“Als een gast die was uitgenodigd om te lunchen of te dineren in bepaalde aristocratische en burgerlijke kringen in Groot-Brittannië geen gamba speelde”, besluit Savall, “werd dit als een sociale mislukking beschouwd, omdat gasten na de maaltijd, uitgenodigd werden om een van de partijen te spelen in consort songs, dansen, in Nomines of in fantasieën, als afsluiter van het avondamusement”. Deze “gouden eeuw” van het gamba consort, werd aan het einde van de 17de eeuw afgesloten met de Fantasias for the Viols, van de toen 21-jarige Henry Purcell, gecomponeerd in 1680, voor consorts van 4, 5, 6 tot 7 gamba’s.

Het programma werd opgesplitst in negen perioden die de genres en componisten per land voorstellen:

  1. 1500 DANZE VENEZIANE Anonimo Pavana del Re – Galliarda la Traditora – El Todescho – Saltarello
  2. 1540 MUSICA NOVA5 Hieronimus Parabosco Ricercare XIV « Da Pacem »
  3. 1589 RICERCARI & CAPRICCI Giovanni Battista Grillo: Capriccio V, Andrea Gabrieli: Ricercar VII
  4. 1612 ELIZABETHAN & JACOBEAN CONSORT MUSIC John Dowland: Lacrimae Pavan en The King of Denmark Galliard, Orlando Gibbons: In Nomine a 4, William Brade: Ein Schottisch Tanz
  5. 1621 LUDI MUSICI HAMBURG Samuel Scheidt Paduan V – Courant Dolorosa –Allemande XVI – Galliard Battaglia XXI
  6. 1644 CORONA MELODICA Biagio Marini: Passacaglia à 4
  7. 1673 LA CETRA Giovanni Legrenzi: Sonata sesta a 4 Viola da gamba
  8. 1680 LE CONCERT DE VIOLES À LA COUR DE LOUIS XIV Marc-Antoine Charpentier, Concert pour quatre Violes (H.545)
  9. 1680-1700 FOLÍAS & DANZAS IBÉRICAS Pedro de San Lorenzo: Folia, Pedro de Araujo: Consonancias en Joan Cabanilles: Corrente italiana.

De uitvoerders zijn Hespèrion XXI, Philippe Pierlot, Sergi Casademunt, Lorenz Duftschmid op gamba, Xavier Puertas, violone, Xavier Díaz-Latorre, aartsluit, theorbe & gitaar, Enrike Solinis aartsluit, Pedro Estevan percussie en Jordi Savall, gamba en directie. De cd werd opgenomen in de Colegiata de San Vicente de Cardona in Catalonië door Manuel Mohino. Alweer een magistrale uitgave die u voor geen geld ter wereld mag missen. Subliem!

Musica Nova - Harmonies des Nations 1500-1700
HESPÈRION XXI - Jordi Savall
cd ALIA VOX 9859

 
Bron: Michel Dutrieue; Stretto – Magazine voor kunst, geschiedenis en muziek, (stretto.be), 26 april 2018.

Björn Schmelzer nam voor het label glossa met zijn superbe ensemble “graindelavoix”, 17 madrigalen op van Cipriano de Rore, één van de toonaangevendste componisten van de 16de eeuw.

Cipriano de Rore (ca.1515-1565), afkomstig uit Ronse, was een representatieve vertegenwoordiger van de generatie Nederlandse polyfonisten na Josquin, die in Italië werkten en wier muziek bepalend was voor de ontwikkeling van de muziek van de laat Renaissance. De Rore was bv. tussen 1542 en 1546 in Brescia. Cypriano de Rore was één van de meest vooraanstaande componisten van Italiaanse madrigalen, meer nog, hij was eigenlijk het bekendst voor zijn Italiaanse “madrigali di pianto e furore”.

Na een vermoedelijk verblijf in Venetië in de kring van Willaert werd hij kapelmeester aan het hof van Ercole II d’Este, hertog van Ferrara. Tussen 1560 en 1563 was hij in dienst van Margaretha van Parma in Brussel en van haar echtgenoot Ottaviano Farnese in Parma, en zou vervolgens opvolger geweest zijn van Willaert als kapelmeester van de San Marco in Venetië. Hij was opnieuw in dienst van Farnese in Parma tot zijn overlijden in Parma in september 1565. Waarschijnlijk reisde hij onder de bescherming van Margaretha van Parma, in de eerste helft van de zestiende eeuw, naar Ferrara. Zijn madrigaal “Mentre lumi maggior” zou trouwens naar men aanneemt, een lofzang zijn op Margaretha van Parma en haar echtgenoot Ottaviano Farnese.

Het werk van de grootste Vlaamse Renaissance componist Cipriano de Rore genoot aanzienlijk succes, ook na zijn dood. Sommige van zijn madrigalen zijn te vinden in tientallen versies, en dit tot aan het begin van de zeventiende eeuw.  Het madrigaal was in de Renaissance een vier- tot zes stemmige a capella-compositie op een wereldlijke tekst. Na 1550 ontwikkelde het madrigaal zich meer polyfoon en imiterend en was er een toename van chromatiek. Het was de tijd van Willaert, de Rore, Andrea Gabrieli, Orlando di Lasso, de Monte en Palestrina.

Na 1580 vindt men in de muziek van Luca Marenzio, Gesualdo en Monteverdi meer de combinatie van het solo-madrigaal en monodie met basso continuo, en lag het accent op chromatiek (cfr. Caccini en de Wert). Als componist van vier- of vijfstemmige madrigalen, behoorde de Rore tot de tweede generatie madrigalisten. Hij schreef canonische technieken zoals imitatie voor, die sterke invloed hadden op Palestrina, Philippus de Monte en Claudio Monteverdi. De titel van de cd verwijst naar de gravure van Albrecht Dürer “Melencolia I” waarop een magere hond en een vrouw met gespannen blik te zien zijn, een treffende gelijkenis met de melancholische muziek vol spanning, balancerend tussen emotionele uitersten, van de Rore, hier schitterend uitgevoerd door Lluis Coll i Trulls (cornet), Floris De Rycker (chitarrone, luit en gitaar) en Graindelavoix. Magnifiek. Niet te missen!

Cipriano De Rore - Portrait Of The Artist as a starved dog. Madrigals. 
Graindelavoix - Björn Schmelzer
cd Glossa GCD P32114

 

Bron: Michel Dutrieue; Stretto – Magazine voor kunst, geschiedenis en muziek, (stretto.be), Oktober 27, 2017

Gedurende ongeveer duizend jaar, van 700 tot 1797, speelde de stad Venetië een vooraanstaande rol in de Middellandse Zee en de geschiedenis van de wereld. Gelegen in een lagune gevoed door twee rivieren waar een aantal kleine, precaire nederzettingen langs de kust waren opgericht, werd Venetië gesticht door de Byzantijnen, die er een kruispunt tussen het oosten en het westen van maakten.
 
Deze in wezen aquatische stad, met zijn netwerk van kanalen, trok handelaren van verschillende herkomst aan die een gemeenschappelijk doel nastreefden: een bloeiend centrum van zaken, uitwisseling en interesses creëren. De stad ontwikkelde geleidelijk een handel in goederen uit het oosten (specerijen, zijde, edele metalen, luxeartikelen) naar het westen, die werden ingewisseld voor andere goederen en grondstoffen, bedoeld voor handel met het oosten (hout en zout)
 
Door een “republiek” te stichten, waarin het systeem van de regering door een oligarchie werd geleid en vertegenwoordigd door een voor het leven gekozen doge, werd Venetië geleidelijk aan onafhankelijk van de Byzantijnen en werd ze uiteindelijk meer een handelspartner dan een vazal. Al snel werd deze legendarische stad rijk, onafhankelijk en krachtig, dankzij de ontwikkeling van zijn vloot. Nadat het zich tegen Karel de Grote had verzet, vocht het met succes tegen Rome om zo uit te groeien tot de leidende economische macht in het Middellandse Zeegebied, die de technische, wetenschappelijke en culturele vooruitgang mogelijk maakte die tot uiting kwam in de Venetiaanse architectuur, schilderkunst, literatuur en muziek.
 
Vanaf het begin en vooral tegen het einde van de 15e eeuw profiteerde Venetië van twee grote voordelen. Ten eerste had het de volledige vrijheid om boeken te drukken omdat het niet onderworpen was aan de dictaten van het Vaticaan en de Inquisitie. Ten tweede was het de poort naar het oosten en een thuis voor mensen van over de hele wereld – Byzantijnen, Italianen, Arabieren, Joden, Slaven, Armeniërs en Turken. Dit alles verklaart de buitengewone ontwikkeling van de uitgeverswereld. In een tijdperk dat gekenmerkt werd door zoveel religieuze conflicten, is het opmerkelijk dat Venetië de eerste gedrukte edities van de Koran en de Talmoed produceerde, en de eerste Bijbel in het Italiaans, evenals de eerste boeken uit de Duitse Hervorming. Het feit dat het een immigratiestad was, verklaart ook het feit dat er boeken in alle talen werden gepubliceerd. Zo zag men er de eerste gedrukte boeken in het Grieks, Armeens en in het Cyrillisch. Meer dan de helft van alle Europese boeken werd gedrukt in Venetië. Het was bovendien de stad die de bestseller en de paperback uitvond, evenals de vroegste edities van erotische boeken, kookboeken en medische teksten. Venetië bedacht ook de eerste rudimentaire systemen van het auteursrecht en van wat we nu marketing- en bedrijfstechnieken noemen.
 
Het was ook in deze multiculturele stad dat aan het eind van de 15de eeuw, het drukken van muziek begon, hoewel we nu symbolisch de geboorte van het drukken van muziek rond 1501 dateren, met de publicatie van Harmonice musices Odhecaton van Ottaviano Petrucci (honderd nummers van harmonische muziek). Ottaviano Scotto (c.1440-1498) uit Monza in Lombardije, drukte onder andere enkele prachtige missalen in rode en zwarte letters. Hij was de oprichter van een dynastie van typografen die in de 16e eeuw het drukken van muziek in Venetië domineerde. Hoewel het in 1501 gepubliceerd muziekboek van Petrucci niet het eerste was dat met een verplaatsbaar lettertype werd gedrukt, was het het eerste werk dat volledig aan muziek was gewijd, in de plaats dat het slechts korte fragmenten bevatte die in een liturgische of poëtische tekst waren ingevoegd. Meer dan drie eeuwen lang speelde de Venetiaanse grafische industrie een sleutelrol in de steeds invloedrijkere rol van zowel muziek, als van Italiaanse en Europese muziektheorie, een invloed die zich over de grenzen en door de eeuwen heen zou blijven verspreiden.
 
Ten slotte was het ook dankzij de handel en zijn contacten overal in de Middellandse Zee als gevolg van het opzetten van handelsposten op de eilanden en langs de kust om goederen uit te wisselen, dat Venetië de verschillende invloeden onderging van de oosterse christelijke, Latijnse en orthodoxe werelden, evenals die uit de Ottomaanse, Joodse, Armeense en Moslimculturen.
 
In 1797 bezetten de Franse troepen van Napoleon Bonaparte de Terra Firma en versnelden daarmee de val van de Republiek Venetië. Om het einde van deze duizend jaar geschiedenis op te roepen, die werd versneld door de invloed van de Franse Revolutie en de keizerlijke ambities van Napoleon, werd een ongebruikelijk en aangrijpend stuk gekozen dat enkele jaren later werd gecomponeerd, de revolutionaire hymne “La Sainte Ligue, La nuit est sombre” van Luigi Bordèse (1815-1886), gezongen op een tekst van Adolphe Joly aangepast voor vierstemmig mannenkoor met orgel (of piano), op muziek van Beethovens Allegretto uit zijn zevende symfonie.
 
Na de annexatie door Oostenrijk door het Verdrag van Campo Formio van 1797, die een einde maakte aan de oorlog tussen Frankrijk en Oostenrijk, werd Venetië uiteindelijk in 1866 een deel van het koninkrijk Italië. Samen met Rome werd het een van de “eeuwige” steden onder de Italiaanse steden, en bleef het tot op de dag van vandaag een van de mooiste juwelen in de kroon van de natie.
 
Deze uitgave volgt de belangrijkste gebeurtenissen over meer dan duizend jaar van de verbazingwekkende geschiedenis van die stad en laat de vele invloeden horen op de variërende geluidslandschappen van de Adriatische en de Middellandse Zee, afhankelijk van de stad, de regio en de buurlanden. Met de schitterende zangers van het orthodox/ byzantijns ensemble onder leiding van de uitstekende orthodoxe zanger Panagiotis Neochoritis, Savalls gastmuzikanten uit Griekenland, Turkije, Marokko, Armenië, en met de solisten van La Capella Reial de Catalunya, Hespèrion XXI en Le Concert des Nations, presenteren ze een selectie van religieuze en wereldlijke muziek uit de oude orthodoxe tradities van Byzantium, liederen van de Kruisvaarders, muziek uit Istanbul en het Ottomaanse rijk, Griekenland, Turkije en Italië. Al deze culturen verrijkten de reeds prachtige muziek die Byzantium en Venetië hadden nagelaten. Componisten zoals Guillaume Dufay, Clément Janequin, Adrian Willaert, Joan Brudieu, Claude Goudimel, Ambrosius Lobwasser, Giovanni Gabrieli, Claudio Monteverdi, Antonio Vivaldi, Johann Adolph Hasse en vele anderen, onder wie zelfs Mozart en Beethoven, bezongen en verklankten de grootsheid van de uitzonderlijke stad.
 
De eerste cd is gewijd aan de periode 770 – 1571. U ontdekt:

  • trad.: Fanfare (Instrumental d’après une mélodie du siècle VIII)
  • Ioannis Damaskinos: Alléluia (Choral byzantin)
  • anon.: Halatzoglou kratema (Instrumental byzantin)
  • trad.: Chanson de Croisade: Pax in nomine Domini – Marcabru (1100-1150)
  • anon.: Danse de l’âme (Afrique du Nord) [Instrumental] [Tradition Berbère]
  • trad.: Hymne pour les services des Matins
  • trad.: Chanson & Danse arménienne (XIIIe siècle)
  • trad.: Conductus: O totus Asie Gloria, Regis Alexandria Filia (XIIIe siècle)
  • anon.: Istampitta: Saltarello (mss. XIVe siècle)
  • Ioannis Damaskinos: Pásan tin elpida mu
  • anon.: Chiave, chiave (Instrumental) [Début du XVe siècle]
  • anon.: Adoramus te (Chansonnier du XVe siècle)
  • anon.: Hirmos Calophonique: Tin Déisin mu (XVe siècle)
  • trad.: Marche Ottomane Nikriz peÅŸrev – Ali Ufki Bey
  • Dufay: Lamentio Sanctae Matris Ecclesiae Constantinopolitanae
  • Janequin: La Guerre: La Bataille de Marignan
  • trad.: Cantique des Cantiques (3,1-4): Qamti be-Ishon Layla
  • Willaert: Villanesca alla napolitana: Vecchie letrose
  • Dimitrie Cantemir: Der makām-ı Uzzäl Sakîl (Instrumental ottoman)
  • Brudieu: Madrigal: Oíd, oíd… […las buenas nuevas de Lepanto]

De tweede cd is gewijd aan de periode 1571-1797. Op deze cd ontdekt u :

  • Goudimel: Psaumes de David. Ficht wider meine Anfechter (Psaume 35)
  • Ioannis Kladas: Géfsasthe ke idete
  • trad.: Sousta (Instrumental) [Danse de Chypre]
  • Gabrieli, A: Ricercar VII
  • Michael Chatziathanasiou: Hymne de la Sainte Eucharistie (En slave)
  • anon.: Laïla Djân (Instrumental) [Danse Perse]
  • Rossi, S: Psaume 137, (1-6): ’Al nàhärót bavél
  • Monteverdi: Il combattimento di Tancredi e Clorinda, SV 153
  • Rosenmüller: Sinfonia Seconda
  • Tanburi Angeli: Der Makām-i-Rehavi Çember-i-Koca (Marche ottomane)
  • Vivaldi: La Senna festeggiante, RV 693: Di queste selve venite, o Numi
  • J: Alla turca (Allegretto) [D’après la Sonate No. 11 en La Majeur, K. 331 de Mozart]
  • anon.: Deo gratias (Hymne Orthodoxe Russe du XVIè siècle)
  • trad.: Chanson Constitutionnelle Nous sommes tous égaux
  • Hasse, J A: Canzonette veneziane da battello. Raccolta di gondoliere
  • Per quel bel viso Mia cara Anzoletta
  • Luigi Bordèse: La Sainte Ligue (La nuit est sombre) [D’après les Symphonies No. 5 et No. 7 de Beethoven]

Historisch concept, muzikaal concept van het project en algemene leiding: Jordi Savall. Keuze van de  Orthodoxe muziek : Panagiotis Neochoritis.

De teksten in het bijbehorend boek in zowel het Engels, Frans, Duits, Italiaans, Castiliaans als het Catalaans, tellen vier hoofdstukken. Na de historische schets van Venetië door John Julius Norwich, een tekst over Byzantium en Venetië van Judith Herrin en een hoofdstuk over Venetië en het Oosten van Lucette Valensi, wijdt Sylvie Mamy het vierde hoofdstuk uitgebreid aan Muziek in Venetië en het “Theater van de oorlog”, Venetië breidt zijn rijk uit op zee en op het land, De apotheose van kunst en knowhow, Venetië, toevlucht van de christenen van de Oriënt, De gouden eeuw van operazalen, Venetië ontvangt Europa aan zijn tafel, De repercussies van de Franse Revolutie en De val van de Serenissima Republiek. Een meer dan magistrale uitgave !

 

VENEZIA MILLENARIA - JORDI SAVALL
HESPERION XXI, LE CONCERT DES NATIONS, PANAGIOTIS NEOHORITIS
boek + 2 cd Aliavox AVSA9925

 

Bron: Michel Dutrieue; Stretto – Magazine voor kunst, geschiedenis en muziek (stretto.be)

Statistieken

moment..

Club-Updates

moment..

Welkom bij Clubs!

Kijk gerust verder op deze club en doe mee.

Wat is dit?


Of maak zelf een Clubs account aan: