Blogposts

Blog

Geplaatst op maandag 21 april 2014 @ 17:50 door Calamandja , 809 keer bekeken

Ensemble Dialogos en Kantadur…

   

Ondertussen zou het publiek beter moeten weten, maar begin over oude religieuze teksten en de gemiddelde gesprekspartner zal geheid met een beeld van kwezelige nonnetjes zitten. Dat de middeleeuwse religieuze literatuur echter ook heel andere aspecten te bieden had, wordt daarbij snel vergeten. Niet zo voor de muzikanten van Dialogos en Kantaduri die in de godsdienstige Kroatische teksten doken, maar dan niet om die slaafs op het podium te brengen.

   

Het resultaat van hun gezamenlijke zoektocht was vorig jaar reeds te horen in De Bijloke en nu deed ‘Ketterse Engelen’ dus Antwerpen aan. Voor de hand liggend was de productie niet te noemen, al was het maar omdat de combinatie van religieuze teksten, versneden met grafschriften oorspronkelijk niet of slechts summier van muziek voorzien was. Het was dus de taak van de uitvoerders om bij de woorden en zinnen bijpassende melodieën op te snorren: niet zozeer door ze helemaal zelf te bedenken, maar door te gaan zoeken in de traditionele Kroatische muziekcultuur. Deze werkwijze was Katarina Livljanić, de aanvoerder van Dialogos niet vreemd. Voor haar project ‘Judith’, waarvan vorig jaar een cd en een dvd verschenen, ging ze op een gelijkaardige manier tewerk, met een verbluffend resultaat tot gevolg.

   

Net als bij ‘Judith’ koos de zangeres er voor om in ‘Ketterse Engelen’ haar bijdrages geheel ten dienste van de tekst te stellen. Gedragen door de begeleiding van Norbert Rodenkirchen (fluit) en Albrecht Maurer (vedel en rebec) trok ze de luisteraar vanaf haar eerste tussenkomst mee in haar verhaal. Met een plastische mimiek (zonder karikaturaal te worden), goed getimede bewegingen en vooral een stemgebruik dat varieerde van zingen en spreken tot het haast spuwen van woorden, kreeg de luisteraar de teksten in het gezicht gegooid: de ene keer al wat harder dan de andere, maar door de geprojecteerde vertaling was er geen ontkomen aan. Temeer daar de bijdrages van Livljanić de duistere kanten van de religieuze teksten aanboorden: van kindverslindende duivels, gevallen engelen, water brakende draken tot gruwelijke lijfstraffen voor ongelovigen.

In deze dramatische setting was er weinig plaats voor een of andere “blijde boodschap” en van een halzachte aanpak was al helemaal geen sprake. Dan waren de bijdrages van de heren van Kantaduri heel wat minder confronterend. Met iets neutralere teksten, een ‘Onze Vader’ of een ‘Wees Gegroet’, bleven de mannen weg uit het extreemste vaarwater. Bij hen dan ook geen dramatische declamatie of toonschildering, maar een monolithisch geluid in een dreunende harmonie die door de microtonale nuances soms stevig ging wringen. Van het klassiek oplossen van deze dissonanten was geen sprake, zoals ook het melodische aspect duidelijk ondergeschikt gemaakt werd aan de samenzang. Hierdoor ontwikkelden de traditionele gezangen een heel eigen spanning die veel meer onderhuids zat dan bij Livljanić.

     

De impact van de eigenzinnige samenklanken werd nog uitvergroot door het spelen met de ruimte. Op het podium, frontaal voor het publiek, klonken de mannenstemmen iets gecontroleerder dan wanneer ze in de zijbeuken stonden. Waar het geluid met het hoge plafond vrij kon uitklinken, werd het aan de zijkanten dankzij het lage plafond maximaal versterkt, waardoor een dreunende effect ontstond en de zangers, zonder extreem luid te moeten zingen, een imposant geluid konden ontwikkelden.

     

Zo kreeg het publiek aanvankelijk met Dialogos en Kantaduri twee werelden naast elkaar te horen, maar al snel lieten de muzikanten die in elkaar overlopen. In eerste instantie was er een duidelijke hiërarchie, met een meer beweeglijke Livljanić die zich in ‘Koli že Krešten ne Budet’ liet begeleiden door een stabiele, drone-achtige begeleiding van haar mannelijke collega’s. In  ‘Kad se Duša s Tilom Dili’ (de dialoog tussen de goede en de slechte engel) werd de relatie gelijkwaardiger. Livljanić, naar analogie met de inhoud van haar vorige passages, nam de rol van de slechte engel op zich en kreeg in een duet weerwerk van een van de zangers van Kantaduri. Opvallend was daarbij vooral hoe de twee binnen hun eigen muzikale idioom bleven opereren: Livljanić liet zich met een haarscherpe intonatie op geen enkel moment op een slordigheidje betrappen, terwijl haar mannelijke tegenspeler zich meer vrijheden leek te veroorloven.

Dit laatste had vooral een desoriënterend effect in de groepzang van de mannenstemmen. Meer dan eens leek de voorzanger op een quasi willekeurige toon in te zetten, waarbij er schijnbaar geen relatie bestond tussen de nieuwe begintoon en de slotnoot van de vorige passage. De vlotheid en de trefzekerheid waarmee de andere stemmen zich meteen aansloten, maakte echter duidelijk dat deze voor westerse oren ogenschijnlijke misstapjes niet zomaar accidents de parcours waren, maar essentiële elementen van de vocale traditie waaruit Kantaduri voortkomt.

     

Bij dit alles konden de vocalisten rekenen op een bescheiden, maar buitengewoon efficiënte ondersteuning van de instrumentalisten. Norbert Rodenkirchen en Albrecht Maurer mochten dan een hoofdzakelijk dienende rol opnemen, de manier waarop ze meebewogen met Livljanić was bij momenten indrukwekkend. Vooral Rodenkirchen leek alle vocale bewegingen van de zangeres aan te voelen, waardoor hij haar in hun duet heel nauwgezet kon volgen. Tegelijkertijd slaagden Rodenkirchen en Maurer er in om hun bijdrages zo’n argeloze schwung mee te geven, dat het leek alsof de twee alles ter plaatse improviseerden. Helemaal mooi werd het toen de twee, gesteund door Kantaduri-lid Jure Miloš op eensnarige gusle even de vrije hand kregen. De drie lieten alle terughoudendheid varen, trokken stevig door in draaiende en tollende ritmiek en tekenden zo voor een van de meest uitgesproken adrenalinemomenten van de avond.

    

Deze ontlading, maar evengoed de kwaliteiten in het samenspel op de rustigere momenten of de soms haast theatrale expressie in de stemmen, deden elke zweem van museumachtige conservatie uit het programma verdwijnen. Meer dan het doen herleven van een middeleeuwse praktijk, leken Dialogos en Kantaduri met twee voeten in een levende traditie te staan.  En dat met een deels fictief middeleeuws repertoire, het is niet iedereen gegeven.

     

Bron: Koen Van Meel; "Ensemble Dialogos & Kantaduri, Ketterse engelen - 11 april 2014, AMUZ, Antwerpen"; kwadratuur.be, 12 april 2014.



Reacties

Er zijn nog geen reacties geplaatst.

Plaats een reactie

Je moet ingelogd zijn om een reactie te mogen plaatsen. Klik hier om in te loggen.