Blogposts

Blog

Geplaatst op zaterdag 01 februari 2014 @ 23:20 door Calamandja , 1106 keer bekeken

Op 28 februari stelt Psallentes in het Concertgebouw in Brugge haar project ‘Liquescens’ voor, een programma waarin niet gezongen wordt van een klassieke partituur, maar waarin die rol wordt overgenomen door een film.

   

Met de vocale ensembles van Psallentes specialiseert dirigent Hendrik Vanden Abeele zich in het laat middeleeuwse gregoriaans. Waar het dames- en het herenkoor doorgaans gescheiden aantreden, worden de twee groepen voor ‘Liquescens’ samengevoegd. Het project past dan ook niet binnen het standaardformat van de klassieke muziekwereld. Ook al omdat voor de tachtig minuten durende voorstelling de zangers niet gestuurd zullen worden door partituren, maar door een film van de kalligraaf Brody Neuenschwander.

   

Waarom gaan muzikanten die zich specialiseren in middeleeuwse muziek plots met een film werken?

   

Ik loop al heel lang met ideeën rond waarbij een deel van de grenzen tussen muzikant en luisteraar vervagen. Een concert met klassieke muziek verloopt meestal ietwat stroefjes als volgt: er is een groep musici die al dan niet op een podium muziek maken terwijl ze zitten of staan met hun partituur op een staander of in de hand. Het publiek zit braaf in rijtjes te luisteren en te kijken, meestal ook met een boekje in de hand waarin alle teksten en eventuele vertalingen kunnen worden gevolgd. Niks mis mee hoor, en voor vele luisteraars is het ook wat ze verwachten en wat ze willen. Maar vanuit mijn contact met de middeleeuwse muziek droom ik toch geregeld van een andere houding, zowel van publiek als van musicus.

   

In die middeleeuwen werd op een heel andere manier muziek gemaakt. De partituur was veel minder prominent aanwezig. Soms was er gewoon geen partituur: de deuntjes, de liederen, de teksten, vaak kende men ze uit het hoofd. Als er al een partituur was, dan ging het meestal om een kostbaar boek gemaakt op duurzaam perkament en van dat boek was er meestal maar één exemplaar. Of in het geval van kloosters en collegiale kerken misschien twee dezelfde: één voor de ene kant van het koor (in de zin van koorgestoelte) en een voor de andere kant. Dus als je dan al rond zo’n boek stond en er uit ging zingen, dan zong je uiteraard op een andere manier. Je kijkt naar het boek, je staat er zo dicht mogelijk bij zonder mekaar in de weg te staan, je hoofd is rechtop en niet naar beneden gebogen zoals wanneer je een partituur in de hand houdt. Het is die situatie die als inspiratiebron gediend heeft voor het project ‘Liquescens’. Publiek en zangers kijken naar hetzelfde boek, maar dan hier in de vorm van een film.

In andere projecten wil ik zelfs graag dat, wanneer zangers en publiek toch naar hetzelfde kijken, dat dan het publiek ook zelf al eens iets zingt. Dat gaan we in het voorjaar bijvoorbeeld ook doen met een project rond een van de topstukken van het Vlaamse erfgoed, het antifonarium Tsgrooten, oorspronkelijk gemaakt voor de Abdij van Tongerlo en enkele jaren geleden door de Vlaamse gemeenschap van de familie de Merode gekocht voor 400 000 euro. Maar goed, dat wordt weer een heel ander verhaal.

   

En waar komt de titel ‘Liquescens’ vandaan?

   

Die heeft dan weer een andere inspiratiebron. De vormen van gregoriaanse neumen (noten of notengroepen) hebben elk hun eigen naam. Een eenzame noot is bijvoorbeeld een punctum of punt, terwijl een figuur van twee noten in opgaande lijn een pes genoemd wordt, een voet. Zo is er ook een neum die een stuk kleiner geschreven werd dan andere noten: de liquescens. Het is een nootje dat aandacht vraagt voor het uitspreken van de medeklinker. Dus bij het woordje semper kan er op de klinker van alles gebeuren, maar aan het eind van de notenreeks op die klinker zul je bij de letter m ook een nootje vinden waarop je die m moet zingen. Het is een van de heel typische karakteristieken van (het zingen van) gregoriaans: de notenwaarde is niet absoluut, maar wordt aangepast aan de omstandigheden. Liquescens is een mooi woord voor een merkwaardige uitvoeringsinstructie. Daarnaast verwijst het ook naar het vloeibare van het zingen van gregoriaans en het vloeibare van de inkt waarmee het neergeschreven werd.

  

Je maakt in het promofilmpje voor het project de vergelijking tussen het zingen op basis van de film en de praktijk van het zingen uit hetzelfde boek en ook daarnet had je het er over. Is dat gewoon de inspiratie geweest of wil je door iets gelijkaardigs te doen ook iets specifiek realiseren?

  

Het is inderdaad de inspiratiebron, maar ook meer. Zoals gezegd had je in de middeleeuwen een heel andere omgang met de partituur. Als je met een groep mensen naar hetzelfde staat te kijken (om bijvoorbeeld samen te zingen) dan ga je dicht bij mekaar staan. Je kunt mekaar extra goed horen, je kunt mekaar zelfs aanraken of zelfs ruiken. In elk geval ontstaat er een ander soort samenzingen: meer fysiek en directer. De mogelijkheid is weggevallen om je met behulp van een partituur van de ander af te schermen. Grenzen vervagen, je gaat je meer als een blok zangers profileren, en bovendien: je kijkt letterlijk allemaal in dezelfde richting, zodat ook op het vlak van de klankproductie een nieuw beeld kan ontstaan.

   

Als je nu die gegevens op een rijtje zet en overdraagt naar vandaag, dan krijg je inderdaad zangers die zich uitdrukkelijker als een groep gaan gedragen, minder als individuen. Omdat je ook samen naar dezelfde partituur kijkt waar niets aan toegevoegd kan worden (dat werd met die perkamenten boeken uiteraard ook niet gedaan, of indien wel dan alleszins uitermate zelden) ontstaat op die manier binnen de groep nieuwe conventies, stilzwijgende of minder stilzwijgende afspraken over hoe een en ander aangepakt wordt. Je krijgt een ensemblezang zoals je het nog nooit hoorde.

Een film gebruiken als partituur komt wel vaker voor in de wereld van de geïmproviseerde muziek, maar hoe gaat Psallentes met het beeld omspringen?

   

Er zijn inderdaad wel projecten te noemen die ook op een of andere manier een film als partituur gebruiken, zij het dan zoals je zegt vaak vanuit de meer improviserende hoek. Bij Psallentes en in dit project ‘Liquescens’, komt er relatief weinig improvisatie aan te pas. Wel soms in bepaalde details, maar de grotere lijnen liggen redelijk strak vast. Met een groep van dertien zangers zou het anders ook nogal snel een kakofonie kunnen worden.

De oorspronkelijke opdracht aan Brody Neuenschwander, kalligraaf, was dan ook eerst en vooral om een bruikbare partituur te maken. Nu is dat uiteraard niet onmiddellijk iets waar hij in gespecialiseerd is. Hij is in de eerste plaats een tekstkunstenaar en een hele goeie ook. Dus waar we wel vertrokken zijn van de gedachte dat het middeleeuwse manuscript zou worden gerecreëerd, verdween de partituur alsmaar meer in het voordeel van andere beelden, die echter ook weer als partituur dienst konden doen.

Dat klinkt misschien een beetje cryptisch. Laat het me zo uitleggen: een zanger zingt noten van een blad, maar die noten zijn hem/haar eigenlijk al heel goed gekend. De noten zelf zijn niet echt noodzakelijk om te zingen wat er moet gezongen worden. Maar als geheugensteun zijn ze wel belangrijk, soms echt nodig. Als je die noten echter door andere beelden gaat vervangen (en dat kan allerlei zijn: een beweging, een vlek, iemand die in de camera kijkt, iemand op de fiets, een boom, een blad dat afgeknipt wordt) dan kunnen die nieuwe beelden gewoon een andere drager worden van dezelfde instructie.

   

Hoe ben je bij Brody Neuenschwander uitgekomen?

   

Brody is een geweldige kerel: Texaan van oorsprong, maar hij woont al geruime tijd in Brugge, heeft daar ook zijn gezin. Ik kende hem voor dit project niet persoonlijk, maar volgde wel zijn werk. Al van in de tijd dat hij met Peter Greenaway werkte is hij zich erg gaan toeleggen op de actie van het schrijven. Dus niet alleen het resultaat van een zorgvuldige kalligrafie, maar ook op het proces dat je doorloopt om een letter, een tekst of nu ook een stuk partituur te maken. Die zorgvuldigheid moet je trouwens niet vertalen als netheid. Het gaat om een diepgang, een grondigheid en een radicaliteit, hetgeen er niet altijd netjes uit ziet, maar wel soms net heel expressief kan worden. Dat is ook wat mij zo aantrekt in zijn werk: de beweging, de geste, de krachtige streep, de vinnige vlek. Brody was dus de geknipte man voor deze taak. Met Igor De Baecke heeft hij bovendien iemand die een echte meester is in de montage, die de kracht en de expressiviteit ook een ongelooflijke gelaagdheid kan meegeven. Je zult na zesentachtig minuten film zeker en vast niet alles gezien hebben en je zult het nog eens willen meemaken, dat kan ik je beloven.

   

Het is niet evident om je voor te stellen hoe gregoriaans bepaald gaat worden door het beeld. Hoe gaat ‘Liquescens’ meer worden dan het zingen van een “soundtrack” bij de film?

   

Het is inderdaad niet te bekijken als de soundtrack bij de film. We hebben al enkele screenings gedaan waarbij het accent kwam te liggen op wat er te zien was en waarbij geen audiotrack meeliep. Op dat moment kwam de film ons als erg onvolledig en onaf over. De muziek maakt met andere woorden een wezenlijk onderdeel uit van de film.

   

Misschien moet ik ook even vertellen hoe we het precies gedaan hebben. Ik heb een programma bedacht, vertrekkende vanuit Gents gregoriaans van de late vijftiende eeuw. In 1481 werd daar in de Sint-Baafsabdij een manuscript gemaakt dat moest dienen om de gebedstijden van de monniken te helpen opluisteren. Uit dat boek nam ik vier grote thema’s, waarrond ik dan telkens een geheeltje bouwde. Ik vulde het aan met polyfonie uit andere bronnen. Zo zijn er bijvoorbeeld ook een paar driestemmige hymnes van Dufay te horen. We hebben van het hele programma een repetitieopname gemaakt, die ik gemonteerd heb tot wat ik een audioboard noem, naar analogie met een storyboard in de filmproductie. Op basis daarvan konden Brody en zijn montageman Igor De Baecke vervolgens aan de slag gaan. Ze hebben de beelden dus gemaakt op de klank van wat wij aanleverden en nu wordt de klank dus weggelaten en live opnieuw gezongen. Tussen de oorspronkelijke audioboard en de uiteindelijke live-klank zit toch weer serieus wat verschil, ook al vanwege het feit dat onze partituur, de film dus, er nu zo anders is gaan uitzien dan de traditionele partituur. Het geeft ons de zin om het juk van de partituur af te werpen en dus meer ruimte te nemen om te improviseren en veranderen. Ondertussen gaan we nu ook een echte opname van de muziek maken, zodat we de film binnenkort ook op dvd kunnen uitbrengen. Daar werken we aan, en daarvoor hebben we bij Voordekunst.nl ook en crowd funding-project opgezet (link onderaan, KVM).

   

Wie bewegend beeld als partituur gebruikt, legt zichzelf heel strakke beperkingen qua tempo op, je moet immers dat van het beeld volgen. Hoe gaan jullie daarmee omgaan?

   

Dat is inderdaad hét probleem waar we ons zorgen over maakten. Die zorgen hebben we inmiddels niet meer. Overal zijn buffers ingebouwd en waar we eventueel op een andere tempo zouden gaan zingen dan wat de film ons lijkt te dicteren, daar ontstaat dan het avontuur en het experiment waar we van houden. Binnen bepaalde grenzen weliswaar, we gaan niet onvoorbereid into the wild, maar hebben netjes ons kompas en onze kaarten mee.

   

In hoeverre zullen verschillende uitvoeringen van het project ook effectief anders klinken, los van de akoestiek van de verschillende ruimtes waarin het gezongen kan worden?

Dat moeten we nog bekijken. In al onze projecten beginnen opeenvolgende uitvoeringen anders te klinken. Dat is een ongelooflijk boeiend proces, heel prettig en opwindend om te zien gebeuren. De veranderingen ontstaan wanneer de zangers hun zaken beter en beter beginnen te kennen. Op dat moment durven ze al eens van het pad afwijken en nieuwe wegen inslaan. Of we hebben plots het gevoel dat dit of dat misschien beter door alleen mannenstemmen gezongen kan worden en zo krijgt het project dan weer een nieuwe kleur. Voor ‘Liquescens’ combineren we immers de dames- en de herenstemmen van Psallentes tot als het ware een Psallentes XL.

  

Toch moet ik eerlijk zijn: de ene uitvoering zal in grote lijnen erg op de andere lijken. Een responsorium is een responsorium en de tekst en de melodie ervan laten we in principe onaangeroerd. Die zullen dus altijd op een vergelijkbare manier uitgevoerd worden.

   

Je noemde het daarnet Psallentes XL: het samenvoegen van het dames- en het herenkoor. Is die combinatie louter een kwestie van variatie en afwisseling, of heeft de tegenstelling tussen of de combinatie van vrouwen- en mannenstemmen ook een inhoudelijke achtergrond?

Still uit ‘Liquescens’ (Brody Neuenschwander) Een beetje van alles, eigenlijk. Ten eerste is dit zo’n groot project dat ik gewoon het liefst met mijn beide formaties wou aantreden. Psallentes is begonnen als een mannenensemble, maar sinds 2008 is de vrouwenversie erg populair geworden. Beide groepen hebben hun karakteristieken en die wou ik in dit project graag uitspelen. Dat gaat alvast lukken. In de programmatie zelf heb ik inderdaad ook inhoudelijke keuzes gemaakt: de dames leggen zich bijvoorbeeld iets explicieter toe op Gentse heiligen, en de heren houden zich uitdrukkelijker met muziek voor de Drievuldigheid bezig.

De grootste reden voor deze XL-bezetting is dat we polyfonie willen zingen in een zo breed mogelijk spectrum. Ik had ervoor kunnen kiezen om alles met mannen te doen, maar met dames erbij krijgt de polyfonie voor mij toch nog een extra dimensie. Ten slotte is het ook zo dat, wanneer mannen en vrouwen samenzingen, er een evocatie ontstaat van een historische situatie, namelijk dat waar er ook gregoriaans of polyfonie gezongen werd, dat daar niet alleen mannen zongen, maar ook knapen - afgezien van de vrouwenkloosters dan, maar dat is een speciale situatie. Eigenlijk is het zingen in octaven, ieder stemtype op zijn/haar eigen toonhoogte, dus historisch correcter. Niet dat ik dat zo belangrijk vind, want mocht het historisch correcte mijn eerste drijfveer zijn, dan zouden we natuurlijk niet in de grote zaal van het Concertgebouw te Brugge zingen, en al helemaal niet kijkend naar een film. Geschiedenis heeft maar iets te zeggen als we er ook zelf een relatie mee aangaan en met het project ‘Liquescens’ doen we dat tot in het extreme.

   

Bron: Koen Van Meel; kwadratuur.be



Reacties

Er zijn nog geen reacties geplaatst.

Plaats een reactie

Je moet ingelogd zijn om een reactie te mogen plaatsen. Klik hier om in te loggen.